Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

KINDEREN-VROUWEN-OUDEREN

VROUWEN  ANDERS  (BENADERD)  DAN  MANNEN!

INHOUD

Vrouwen  medisch  alerter!
Rol  van  de  arts?
Medicijngebruik  hoger  én  anders
Andere  uitwerking  medicijnen?

Dat vrouwen die medicijnen gebruiken ook als een speciale categorie worden beschouwd, heeft te maken met het feit dat veel vrouwen gedurende een groot deel van hun vruchtbare periode de ‘pil’ gebruiken. In die levensfase gebruiken ze dus vrijwel continu hormonale medicatie. Een speciale groep wordt gevormd door zwangere vrouwen. Voor hen is medicijngebruik in de meeste gevallen juist taboe.
Ook is duidelijk dat vrouwen veel vaker gebruikmaken van de voorzieningen in onze gezondheidszorg dan mannen. Het gaat dan vooral om het gebruik van medicijnen en het bezoek aan de huisarts. Moeten we daaruit concluderen dat vrouwen vaker en ernstiger ziek zijn dan mannen? Toch weten we ook dat vrouwen aanzienlijk langer leven; tegenwoordig is het verschil minstens acht jaar!

Vrouwen  medisch  alerter!
Voor het hogere medicijngebruik en het frequentere huisartsbezoek zijn allerlei vermeldenswaardige verklaringen te geven. Zo kan je ervan uitgaan dat vrouwen met andere klachten bij een (huis)arts komen dan mannen. Afgezien van de anticonceptie of de zwangerschapscontrole, de uitstrijkjes en het borstonderzoek, consulteren vrouwen de arts vooral in verband met urineweginfecties, nerveuze of psychische klachten, overgewicht of spataders. Mannen daarentegen melden zich vaker met klachten als chronische bronchitis, hartziekten, kneuzingen en verwondingen. Je zou op het eerste gezicht niet zeggen dat de problemen van vrouwen tot méér artsenbezoek leiden. Maar dan vergeet men dat vrouwen tijdens hun leven al veel vaker met artsen te maken hebben in verband met anticonceptie- of zwangerschapscontrole, zuigelingenzorg en kleuterzorg. Zij zijn dan ook eerder geneigd de hulp van een arts in te roepen als hen iets mankeert. Vrouwen zijn alerter op signalen van ziekte en gezondheid, en daardoor hebben zij een ander ziektegedrag dan mannen. Dat de sociale status ook een rol speelt, staat in ieder geval vast. Gehuwde vrouwen zonder werk buitenshuis en oudere, alleenstaande vrouwen bezoeken de huisarts verreweg het meest.

Rol  van  de  arts?
De benadering van de arts is heel belangrijk. Uit onderzoek is gebleken dat veel artsen denken dat vrouwen hun klachten overdrijven en vaak psychische in plaats van lichamelijke problemen hebben. Zo worden vrouwen die met hartklachten bij de arts komen, dikwijls minder intensief onderzocht en minder intensief behandeld dan mannen die met dezelfde klachten komen. Ook bij aandoeningen als depressie, artrose, eetstoornissen en alcoholproblemen blijken artsen er verschillende benaderingswijzen op na te houden, met niet geringe gevolgen voor de behandeling. Uit een onderzoek van enkele jaren geleden in Amsterdamse huisartspraktijken bleek dat vrouwen twee keer zo vaak een recept meekregen voor een kalmeringsmiddel dan mannen. Frappant was dat deze middelen vooral werden voorgeschreven door oudere, mannelijke huisartsen met een solopraktijk. Jonge, vrouwelijke artsen in een groepspraktijk schreven veel minder van dergelijke middelen voor. Overigens zal het binnenkort snel afgelopen zijn met de vooringenomenheid van de (mannelijke) artsen. Het aantal vrouwelijke artsen dat momenteel in Nederland afstudeert ligt al boven de 60 procent. De verwachting is dat dit percentage de komende jaren nog wat zal stijgen.

Medicijngebruik  hoger  én  anders
Uit al het onderzoek dat bekend is over het hogere medicijngebruik bij vrouwen, komt naar voren dat vrouwen in verhouding langduriger, maar ook meer verschillende medicijnen gebruiken dan mannen. Ten dele komt dat natuurlijk door het jarenlange gebruik van de anticonceptiepil door veel vrouwen. Maar het komt ook doordat relatief veel vrouwen op latere leeftijd chronische kwalen krijgen die dan misschien niet levensbedreigend zijn, maar wel met medicijnen moeten worden behandeld. Daarbij kan men denken aan klachten tijdens en na de menopauze, maar ook aan psychische aandoeningen zoals depressie.
Reumatoïde artritis
(de ernstigste vorm van reuma) is een chronische ziekte die ruim twee keer zo vaak voorkomt bij vrouwen als bij mannen. Met het ouder worden komt deze ziekte niet alleen steeds vaker voor, maar het verschil tussen mannen en vrouwen wordt ook steeds groter. De hormonale cyclus van de vrouw lijkt niet alleen invloed te hebben op de frequentie, maar ook op de ernst van de ziekte. Tijdens een zwangerschap is bij 75 procent van de vrouwen met reumatoïde artritis de ziekte veel minder actief. Na de bevalling komen de klachten meestal in alle hevigheid terug. Wat betreft de ernst van de klachten, zijn er duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Vrouwen hebben meer en ernstiger klachten, zoals pijnlijke en gezwollen gewrichten, en functioneren slechter dan mannen met reumatoïde artritis. Ook het beloop van de ziekte is bij vrouwen anders dan bij mannen. Vooral het begin van de ziekte is bij vrouwen meestal agressiever dan bij mannen en bovendien leidt de ziekte bij vrouwen vaker tot arbeidsongeschiktheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vrouwen veel meer pijnstillers en antireumatica gebruiken dan mannen.
Een ander ziektebeeld dat vaker bij vrouwen dan bij mannen voorkomt, is depressie. In Nederland bedroeg het aantal personen met een depressie in januari 2000 ruim vijfhonderdduizend, waarvan tweederde vrouw was. Er zijn verschillende biologische, psychologische en sociologische theorieën waarmee men de verschillen probeert te verklaren en die gebaseerd zijn op de verschillen in hersenstructuur en hersenfunctie, verschillen in erfelijke aanleg en voortplantingsfunctie enzovoort. Wat vaststaat is dat vrouwen ontvankelijker voor depressies zijn in hun vruchtbare levensjaren. Uit onderzoek blijkt dat dit mogelijk samenhangt met het pilgebruik, het ondergaan van een abortus of met de perioden rond de menstruaties, na de bevalling (postnataal) en tijdens de overgang. Vrouwen met een depressie hebben een ernstiger en ander klachtenpatroon, zoals toename van de eetlust, gewichtstoename, angst en lichamelijke klachten, terwijl mannen met een depressie eerder neigen naar gewichtsverlies.
Botontkalking
(osteoporose) is ook een ziekte die bij vrouwen veel vaker voorkomt dan bij mannen. Het verschil tussen mannen en vrouwen is sterk afhankelijk van de leeftijd. Na de overgang (menopauze) – ongeveer rond het eenenvijftigste levensjaar – stijgt het aantal vrouwen met botontkalking veel sterker dan het aantal mannen van dezelfde leeftijd. Rond het tachtigste levensjaar is het verschil tot meer dan een factor drie opgelopen. Een en ander heeft duidelijk te maken met het grotendeels wegvallen van de invloed van het vrouwelijk geslachtshormoon oestradiol. Behalve dat dit hormoon van belang is bij de ontwikkeling en handhaving van de secundaire geslachtskenmerken van de vrouw, heeft het ook veel invloed op de menstruele cyclus en de kalkstofwisseling.

Andere  uitwerking  medicijnen?
Door de lichamelijke verschillen tussen man en vrouw zouden veel geneesmiddelen wel eens een andere uitwerking kunnen hebben. Het vervelende is dat daarover erg weinig bekend is. In het onderzoek dat wordt uitgevoerd voordat een nieuw medicijn op de markt komt, worden vrijwel alle middelen alleen op mannen uitgetest. Dat lijkt niet onverstandig, omdat vrouwen tijdens zo’n onderzoek zwanger zouden kunnen worden en het uit te testen middel schadelijk zou kunnen zijn voor het ongeboren kind. Zelfs in het laboratorium gebruikt men voornamelijk mannelijke proefdieren om uit te sluiten dat de resultaten worden beïnvloed door hormonale schommelingen als gevolg van de menstruatiecyclus. Om een voorbeeld te geven: medicijnen tegen depressies worden het meest voorgeschreven aan vrouwen. Toch zijn deze antidepressiva voornamelijk bij mannen uitgetest. En dat is natuurlijk een beetje vreemd, omdat er sterke aanwijzingen zijn dat de menstruatiecyclus wel degelijk effect heeft op de werkzaamheid van deze middelen. Dat is ook het geval bij andere ziekten die bij vrouwen vaker voorkomen dan bij mannen, zoals migraine, suikerziekte en multiple sclerose.
Een aantal van de wél geconstateerde verschillen in de werking van medicijnen is terug te voeren op de verschillen tussen de geslachtshormonen. Daardoor kan een geneesmiddel sneller of juist langzamer worden omgezet. Een andere verklaring is dat er bij vrouwen doorgaans een andere verhouding bestaat tussen het vetweefsel en de spieren dan bij mannen. Dat kan leiden tot een andere verdeling van het middel over het lichaam, met alle gevolgen van dien.
De laatste jaren is er gelukkig een kentering gekomen in de benadering van deze problematiek, vooral in Amerika. Daar wordt een nieuw geneesmiddel alleen nog geregistreerd als het op beide seksen is getest. In Europa is men jammer genoeg nog niet zover.

Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Terug