Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

Hersenen  &  zenuwstelsel

SLAAPSTOORNISSEN

INHOUD

 Slapeloosheid
   ▪ oorzaken
   ▪ wat te doen (en te laten)
     om beter te slapen?
 
Slaapmiddelen
   benzodiazepinen
      ▫ werkingsduur
      ▫ bijwerkingen
      ▫ gewenning en verslaving
 
Ouderen  &  slapen
   melatonine
   ▪ chloralhydraat
 Slaapzucht

   psychostimulantia
 Restless  Legs  Syndroom
    dopamineagonisten
   hydrokinine

 SNURKEN  &  SLAAPAPNEU
   behandeling

Slaap is net als voedsel en lucht een levensbehoefte. Als we te weinig slapen, gaat er overdag van alles mis. We kunnen ons niet meer concentreren, het geheugen gaat achteruit en geleidelijk lopen de prestaties terug. Kortom, slapen is vooral belangrijk voor het functioneren overdag. Dat wil niet zeggen dat iedereen evenveel slaap nodig heeft. De meeste volwassenen (65 procent) slapen 7 tot 8 uur, maar sommigen (2 procent) zeggen wel 10 uur nodig te hebben, terwijl anderen (8 procent) blijkbaar voldoende uitgerust zijn na 5 uur slaap. Ook blijkt dat het gemiddelde aantal uren slaap sterk afhankelijk is van de leeftijd. Baby’s en peuters slapen veel: gemiddeld wel 12 uur per etmaal. Ouderen daarentegen kunnen al voldoende hebben aan minder dan 6 uur per nacht. Met het ouder worden vermindert blijkbaar ook de behoefte aan slaap.

Een gezonde, natuurlijke slaap bestaat uit een aantal fasen, waarin perioden van diepe, droomloze slaap worden afgewisseld met korte perioden van droomrijke slaap. Deze laatste fase wordt de REM-slaap genoemd, een afkorting van rapid eye movements (letterlijk: snelle oogbewegingen). In deze fase van de slaap is er een verhoogde hersenactiviteit en heeft men levendige dromen. Aan de REM-slaap gaat de non-REM-slaap vooraf. Deze fase heeft verschillende stadia: van doezelen via lichte slaap naar diepe, droomloze slaap. Er zijn vier tot vijf van dergelijke slaapcycli per nacht en elke cyclus begint met de non-REM-slaap en eindigt met de REM-slaap.


Het gemiddelde aantal uren dat men slaapt in samenhang met de leeftijd.

 

Slapeloosheid

Uit onderzoek is gebleken dat minstens 5 procent van de volwassenen minimaal tweemaal per week slecht slaapt en 15 procent af en toe (minder dan tweemaal per week). Ouderen hebben zelfs nog vaker slaapklachten. Geschat wordt dat meer dan 20 procent van de ouderen regelmatig slaapmiddelen gebruikt. Vrouwen klagen tweemaal zo vaak over slapeloosheid als mannen. Van een echte slaapstoornis is pas sprake als de klacht aan twee voorwaarden voldoet:

Mensen met slaapstoornissen kunnen zeer uiteenlopende klachten hebben die verband houden met het slechte slapen.

Oorzaken
Slecht slapen heeft slechts in 5 tot 10 procent van de gevallen een lichamelijke oorzaak. Pijn of een ongewone slaaphouding, bijvoorbeeld na een beenbreuk of een andere blessure, zijn soms de directe oorzaak. Ook mensen met hart- en vaatziekten kunnen slaapproblemen hebben. Een op zichzelf staande oorzaak is de zogenoemde slaapapnoe. Mensen met deze aandoening hebben ’s nachts regelmatig last van een korte ademstilstand, waarna ze plotseling wakker schrikken als gevolg van ademnood. Slaapapnoe komt vaak voor bij ouderen die te dik zijn en ’s nachts luid snurken.

Anderen hebben ’s nachts last van spiertrekkingen in hun benen, waardoor de slaap wordt verstoord: het ‘restless legs syndrome’. Dit zijn speciale slaapstoornissen, die echter frequent voorkomen. Meestal worden deze patiënten behandeld door een neuroloog of een KNO-arts.
Verreweg de meeste slaapstoornissen zijn het gevolg van niet-lichamelijke oorzaken:

Wat  te  doen  (en te laten)  om  beter  te  slapen?
In veel gevallen kunnen slaapklachten verdwijnen zonder slaapmiddelen te gebruiken. Veel mensen hebben baat bij regelmaat en vaste slaaptijden. Ontspannen naar bed gaan is een belangrijke voorwaarde. Een warm bad of douche vlak voor het slapen gaan kan erg nuttig zijn. Ook een korte avondwandeling of ontspanningsoefeningen (yoga) zijn waardevol. Het drinken van koffie of andere coffeïnehoudende dranken (thee, cola) na het avondeten moet per se worden vermeden. Het bekende slaapmutsje kan het inslapen bevorderen, maar meer alcoholische consumpties werken juist negatief. Neem liever een beker warme melk met suiker of honing.


Tien slaaphygiënische maatregelen
 

  1. Probeer elke dag op dezelfde tijd op te staan en naar bed te gaan.

  2. Zorg voor een gemakkelijk bed en pas matras en beddengoed aan uw eigen gevoel voor comfort aan.

  3. Draag losluitende nachtkleding.

  4. Zorg voor optimale slaapkameromstandigheden, zoals goede ventilatie, niet te warm, niet te koud, niet te veel licht en zo min mogelijk storende geluiden.

  5. Drink ’s avonds geen coffeïnehoudende dranken (koffie, thee, cola) en gebruik geen zware maaltijden laat in de avond.

  6. Probeer ongeveer een uur voor het slapengaan geestelijke en lichamelijke inspanning te vermijden.

  7. Gebruik geen alcoholisch slaapmutsje.

  8. Probeer overdag geen dutjes te doen.

  9. Gebruik de slaapkamer het liefst niet als werkkamer, studeerkamer of om televisie te kijken.

  10. Sta op en ga lezen, breien of doe andere ontspannende bezigheden wanneer u niet kunt slapen. Ga niet in bed liggen piekeren en blijf niet in uw slaapkamer, maar ga bijvoorbeeld in een luie stoel in de huiskamer zitten.


Slaapmiddelen

Slaapmiddelen – ook wel hypnotica genoemd (van het Griekse woord ‘hupnos’ = slaap) – veroorzaken geen natuurlijke slaap. Eigenlijk verhinderen ze alléén het wakker blijven door de inslaaptijd te verkorten of de totale slaapduur te verlengen. De laatste jaren is duidelijk geworden dat vrijwel alle slaapmiddelen – en dat geldt ook voor alcohol en sommige geneesmiddelen – een ongewenste invloed hebben op de kwaliteit en op het verloop van het normale slaappatroon. In slaaplaboratoria is vastgesteld dat vooral de REM-slaap door slaapmiddelen wordt beïnvloed. Wordt die droomrijke REM-fase onderdrukt, dan heeft dat een ongunstige invloed op het psychisch en lichamelijk welbevinden overdag. Men voelt zich niet uitgerust; een ‘katterig’, onuitgeslapen gevoel kan het gevolg zijn.

Benzodiazepinen
De slaapmiddelen die tegenwoordig worden gebruikt, zijn gelukkig stukken minder onveilig dan de oudere slaapmiddelen. De huidige slaapmiddelen zijn van het benzodiazepine-type. Van valeriaan-preparaten is niet veel meer te verwachten dan een placebo-effect.  Benzodiazepinen beïnvloeden het slaappatroon aanzienlijk minder dan de oudere middelen (de zogeheten barbituraten). Bij de barbituraten kwamen nogal eens vergiftigingen voor die zeer moeilijk te behandelen waren. Ook werd er nogal eens zelfmoord mee gepleegd. Dat is met benzodiazepinen vrijwel niet mogelijk. Ze versterken de remmende effecten van gamma-aminoboterzuur (GABA), de belangrijkste 'remmende' neurotransmitter (boodschapperstof) in de hersenen. Een en ander veroorzaakt: verkorting van de inslaaptijd, verlenging van de slaapduur, verhoging van de wekdrempel en (geringe) onderdrukking van de REM-slaap. Andere hoofdwerkingen zijn angstonderdrukking (anxiolyse) (zie ook ‘Angststoornissen’ in deze sectie 'Hersenen & Zenuwstelsel'), spierverslapping (soms therapeutisch toegepast bij kortdurende operatieve ingrepen) en een anticonvulsieve werking (toegepast bij de behandeling van epilepsie met name bij status epilepticus).
De in Nederland als slaapmiddel toegepaste benzodiazepinen zijn: brotizolam (Lendormin®), flunitrazepam (merkloos), flurazepam (merkloos), loprazolam (Dormonoct®), lormetazepam (merkloos, Noctamid®), midazolam (Dormicum®), nitrazepam (merkloos, Mogadon®) en temazepam (merkloos, Normison®). Overigens zijn er ook slaapmiddelen met een iets andere chemische structuur dan de benzodiazepinen (non-benzo’s) zoals zolpidem (merkloos, Stilnoct®) en zopiclon (merkloos, Imovane®), maar met een zelfde werkingsmechanisme.


Stroomdiagram bij slapeloosheid
 

Werkingsduur
Wie last heeft van inslaapproblemen, moet een kortwerkend slaapmiddel krijgen. Daarmee wordt voorkomen dat er ’s morgens nog een deel van de werkzame stof in het lichaam zit. De kans op nawerkingen zoals sufheid en slaperigheid is dan klein. Voorbeelden van kortwerkende slaapmiddelen zijn: loprazolam (Dormonoct®), lormetazepam (merkloos, Noctamid®), temazepam (merkloos, Normison®), zolpidem (merkloos, Stilnoct®), zopiclon (merkloos, Imovane®). Sommige slaapmiddelen, zoals brotizolam (Lendormin®) en midazolam (Dormicum®) hebben weliswaar een nog kortere werking (ultrakortwerkend), maar hebben weer het nadeel dat ze aan het einde van de nacht angstige dromen en overdag angst kunnen veroorzaken.

Wie niet kan doorslapen, moet een middellangwerkend slaapmiddel nemen om ook de rest van de nacht te kunnen slapen. Deze middelen hebben vanzelfsprekend ook een langere nawerking, die zelfs tot halverwege de volgende dag kan duren. Een voorbeeld van een middellangwerkend slaapmiddel is nitrazepam (merkloos, Mogadon®). Langwerkende slaapmiddelen, zoals flurazepam (merkloos), zouden eigenlijk niet meer mogen worden voorgeschreven. Ze zijn als slaapmiddel niet geschikt doordat cumulatie optreedt: de werking zal zich dan ook overdag uiten in dufheid, slaperigheid, concentratieproblemen en mogelijk andere bijwerkingen.
Als de slaapstoornissen het gevolg zijn van angst of depressieve verschijnselen, schrijft de arts voor overdag meestal een benzodiazepine-preparaat voor, waarbij de rustgevende en zenuwstillende werking op de voorgrond staat. Ook bestaat de kans dat hij dan middelen met een geheel andere werking voorschrijft, bijvoorbeeld antidepressiva.

Bijwerkingen
Naast sufheid en slaperigheid de volgende ochtend kunnen te lang werkende slaapmiddelen ook een verminderd reactievermogen veroorzaken. Deelname aan het verkeer is dan zeer riskant. Het gelijktijdig gebruik van alcohol en een slaapmiddel is ook erg gevaarlijk. Ze versterken elkaars werking dusdanig dat men al na één borrel een ‘flink stuk in de kraag’ kan hebben. Ook andere geneesmiddelen kunnen de werking van een slaapmiddel versterken.
Vooral bij oudere mensen leiden (te lang werkende) slaapmiddelen nogal eens tot problemen: na het ontwaken kunnen onzekerheid bij het lopen en spierverslapping valpartijen veroorzaken, met alle gevolgen van dien. Bij ouderen moet de juiste dosis van een slaapmiddel meestal de helft zijn van de dosis bij iemand van middelbare leeftijd.

De problemen die de slaapstoornissen veroorzaken, worden met slaapmiddelen natuurlijk niet opgelost. Slaapmiddelen bieden hooguit tijdelijk enig soelaas. Wie langdurig slaapklachten heeft, doet er verstandig aan in overleg met de huisarts een specialist te consulteren. Ook een verwijzing naar een slaaplaboratorium, waar de dieperliggende oorzaak kan worden opgespoord en behandeld, behoort tot de mogelijkheden.

Gewenning  en  verslaving
Het is onverstandig benzodiazepinen (of welk ander slaapmiddel dan ook) langdurig te gebruiken. Behalve de genoemde katterige nawerking kan langdurig gebruik gewenning veroorzaken. Daardoor neemt de effectiviteit – dus het snel in slaap vallen – geleidelijk af, waardoor er steeds hogere doseringen nodig zijn. Het wordt dan steeds moeilijker zonder slaapmiddel te slapen. Uiteindelijk kan er zelfs sprake zijn van verslaving (zie ook het onderdeel 'Slaapmiddelen en Tranquillizers' in de sectie 'Verslaving' ). Dit uit zich vooral wanneer het gebruik plotseling wordt gestaakt. Door het plotseling wegvallen van de dagelijkse hoeveelheden van het middel – waaraan het lichaam langzamerhand gewend was geraakt – kan men danig van streek raken. Men wordt onrustig en nerveus, raakt snel geïrriteerd en voelt zich allerbelabberdst. Dit alles gaat gepaard met slaapstoornissen, die veel ernstiger zijn dan de slaapklachten waarvoor men juist werd behandeld. Dit alles maakt duidelijk dat het continue gebruik van slaapmiddelen zeer onverstandig is. Eigenlijk zou men slaapmiddelen nooit langer dan tien dagen achter elkaar mogen gebruiken. Daarna kan – zo nodig – incidenteel (zo nu en dan) een slaapmiddel worden gebruikt.

overzicht  slaapmiddelen

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte

benzodiazepinen

Ultakortwerkend
brotizolam

midazolam

Kortwerkend

flunitrazepam

loprazolam

lormetazepam

temazepam

zolpidem

zopiclon

Middellangwerkend
nitrazepam

Langwerkend
flurazepam


Lendormin®

Dormicum®


merkloos

Dormonoct®

merkloos
, Noctamid®

merkloos
, Normison®

merkloos
, Stilnoct®

merkloos
, Imovane®


merkloos
, Mogadon®


merkloos


 tablet: ¼ mg
 
 tablet: 7½ en 15 mg


 tablet: 1 en 2 mg
 
 tablet: 1 mg
 
 tablet: 1 en 2 mg
 
 capsule, tablet: 10 en 20 mg
 
 tablet: 5 en 10 mg

 
 tablet: 7½ mg


 tablet: 5 mg


 capsule: 15 en 30 mg

slaapmiddelen  en  ouderen

chloralhydraat



melatonine

merkloos
Chloralhydraat FNA



Circadin®

 drank: 100 mg/ml
 klysma: 5 en 15 g
 zetpil: 300, 500, 750, 1000 mg
 
 tablet mga*: 2 mg
mga* = met gereguleerde afgifte


Ouderen 
&  slapen

Behalve dat ouderen meestal minder slaap nodig hebben, hebben ze een duidelijk ander slaappatroon dan volwassenen van middelbare leeftijd. Ouderen worden ’s nachts vaker wakker (ze hebben een lagere wekdrempel), waardoor ze ’s nachts korter slapen, maar overdag meer ‘dutten’. Je zou het een ‘versnipperd’ slaappatroon kunnen noemen. Ouderen klagen dan ook meer over slapeloosheid. Van alle mensen die voor slaapproblemen naar de huisarts gaan, is grofweg de helft ouder dan 65 jaar. Naar schatting gebruikt meer dan 20 procent van de ouderen regelmatig slaapmiddelen. Gezien de extra risico’s die het gebruik van slaapmiddelen voor ouderen heeft, is bij hen extra voorzichtigheid gewenst.

Oudere mensen zijn gevoeliger voor de werking van slaapmiddelen, terwijl de werkingsduur verlengd kan zijn. Ook ziet men bij hen af en toe een averechtse werking. Door een dergelijk paradoxaal effect wordt iemand na het slikken van een slaappil onrustig en opgewonden in plaats van slaperig. Langdurig gebruik van slaapmiddelen heeft een nadelige invloed op de geheugenfunctie. Eventuele vergeetachtigheid heeft dan dus niets te maken met het ontstaan van dementie, zoals vaak wordt verondersteld, maar simpel met het slaapmiddelengebruik! Daarnaast kan het spierverslappende effect van veel slaapmiddelen voor ouderen extra nadelig zijn. Omdat zij vaker last hebben van een vergrote prostaat of van urine-incontinentie, moeten zij ’s nachts vaker het bed uit. Door de invloed van het slaapmiddel dat zij hebben gebruikt, is er een grote kans dat ze vallen. De gevolgen van een val op oudere leeftijd kunnen (zeer) ernstig zijn.

Melatonine
De afgelopen decennia zijn de slaapmiddelen al veel verbeterd, maar men blijft zoeken naar nog betere en veiliger middelen. Er is vastgesteld dat sommige slaapstoornissen bij ouderen verband houden met een tekort aan melatonine. Dat is een lichaamseigen hormoon dat wordt geproduceerd in de pijnappelklier (epifyse). Het hormoon wordt afgegeven onder invloed van het dag-nachtritme. Het wordt al enige jaren gebruikt om reizigers met een jetlag sneller te laten herstellen (zie ook 'jetlag' in de sectie 'Verre Reizen & Gezondheid'). Er zijn aanwijzingen dat vooral bij ouderen met slaapstoornissen door een verstoring van het dag-nachtritme, melatonine het normale slaappatroon kan herstellen. In enkele onderzoeken bij ouderen met slaapproblemen bleek men eerder in slaap te vallen en verbeterde de slaapkwaliteit. Daarbij is van belang dat van de doseringen waarin melatonine als slaapmiddel wordt gebruikt, nauwelijks bijwerkingen zijn te verwachten. Voorheen werd melatonine als een voedingssupplement beschouwd en was het vrij verkrijgbaar in diverse preparaten, hetgeen in een aantal landen, waaronder de Verenigde Staten, nog steeds het geval is. Melatonine (Circadin®) is de laatste jaren ook op recept verkrijgbaar, omdat het – anders dan vroeger – door de overheid als geneesmiddel wordt beschouwd. De indicatie beperkt zich dan tot slapeloosheid bij personen van 55 jaar en ouder. De indicatie jetlag valt hier dus niet onder. De dosering melatonine als slaapmiddel is dan wel wat hoger (2 mg) dan de als voedingsmiddel verkrijgbare preparaten (0,1-0,3 mg). Het moet doorgaans minstens twee à drie uur vóór het slapengaan worden ingenomen.

Toch zijn er wel wat kanttekeningen te maken wat betreft het gebruik van melatonine tegen slapeloosheid bij ouderen. In onderzoek is vastgesteld dat melatonine minder werkzaam blijkt te zijn dan benzodiazepine-achtige slaapmiddelen zoals zolpidem (merkloos, Stilnoct®). Bij ondeskundig gebruik kan het slaap-waakritme in de war raken en is er kans op hoofdpijn en misselijkheid. Deskundigen vinden dat de juiste dosering en het ideale tijdstip van inname het beste kunnen worden bepaald met een speekseltest om de eigen aanmaak van melatonine te meten. Na verwijzing door uw huisarts naar een slaapcentrum dat deze meting kan verrichten, ontvangt u vijf buisjes thuis met daarin een kauwwatje. Op vastgestelde tijdstippen moet u op een watje kauwen totdat het goed nat is. Na het uitvoeren van de test stuurt u de gebruikte kauwwatten retour en in het laboratorium vindt de bepaling plaats. Er is dus geen bloedonderzoek nodig en de speekseltest kunt u thuis uitvoeren. Op basis van de uitslag van deze meting wordt een advies gegeven over het al dan niet behandelen van de slaapklachten met melatonine. Als het advies positief is krijgt u ook een advies welke dosis u dient te gebruiken en op welk tijdstip van de dag. Op eigen houtje melatonine gaan gebruiken is heel onverstandig vanwege ontregeling van de biologische klok. Het gebruik van melatonine geeft over het algemeen weinig bijwerkingen. Soms komen de volgende klachten voor: sufheid, duizeligheid en hoofdpijn. Deze klachten komen vooral voor in de eerste dagen na het starten met de tabletten. Als deze klachten aan houden moet u contact opnemen met de huisarts of specialist. Huiduitslag, buikpijn en misselijkheid kunnen ook voorkomen, zij het vrij zelden.

Chloralhydraat
In uitzonderlijke gevallen als slaapmiddelen van het benzodiazepine-type niet voldoende werkzaam zijn, kan soms voor een korte periode chloralhydraat worden gebruikt. Dat is wel eens het geval als er sprake is van ernstige opwinding bij ouderen waardoor zij niet meer kunnen slapen. Chloralhydraat (merkloos) is een middel dat al aan het eind van de 19de eeuw werd gebruikt tegen epilepsie, onrust en slapeloosheid. Het is op recept als drank (Chloralhydraat drank FNA), zetpillen (Chloralhydraat zetpillen FNA) en klysma (Chloralhydraat klysma FNA) verkrijgbaar. Chloralhydraat werkt binnen een half uur. De drank kan iets sneller werken dan de zetpil of klysma, namelijk binnen een kwartier. De werking houdt ongeveer vier tot acht uur aan.


Slaapzucht

Slaapzucht of narcolepsie is een tamelijk zeldzame slaapstoornis, waarbij een abnormale en onbedwingbare slaapneiging overdag gepaard gaat met korte, steeds terugkerende aanvallen van (REM-)slaap. Vaak ontstaan tijdens zo’n slaapaanval een soort spierverlamming (kataplexie) en hallucinaties. De stoornis begint meestal op de leeftijd tussen 15 en 30 jaar. De oorzaak is onbekend, maar de aandoening kan erfelijk zijn. Voor het lichamelijk welzijn van de patiënt heeft slaapzucht geen zichtbare gevolgen, maar de kans op ongelukken (in het verkeer, tijdens het bedienen van machines) is aanzienlijk vergroot.

Psychostimulantia
Slaapzucht wordt behandeld met middelen met een stimulerende activiteit op het centrale zenuwstelsel, de zogenaamde psychostimulantia. De werking van methylfenidaat (merkloos, Concerta®, Equasym®, Medikinet®, Ritalin®) en modafinil (merkloos, Aspendos®, Modiodal®) lijkt in bepaalde opzichten op de stimulerende werking van amfetaminen, waardoor het aantal slaapaanvallen en de hoeveelheid ongewenste slaap overdag afneemt. Methylfenidaat, dat overigens ook wordt gebruikt bij de behandeling van ADHD bij kinderen, is wat effectiever dan modafinil. Daar staat tegenover dat de bijwerkingen van modafinil wat minder frequent lijken op te treden. Omdat methylfenidaat verslavend werkt, valt dit middel onder de Opiumwet. Bij patiënten met slaapzucht zijn echter tot nu toe geen gevallen van misbruik geconstateerd. Behalve met de genoemde medicijnen krijgt de patiënt doorgaans ook gedragstherapie. Daarbij leert hij zijn activiteiten af te stemmen op de slaapaanvallen. Ook worden gestructureerde slaap-waakschema’s gehanteerd, waarin overdag diverse geplande dutjes van 10 tot 20 minuten zijn opgenomen.

Als met name kataplexie een probleem is, kan natriumoxybaat (GHB, Xyrem®) worden geprobeerd. Onder de naam GHB (gammahydroxyboterzuur) is het een obsoleet narcosemiddel; door zijn psychische effecten is het een populair middel in de 'drugscene' (zie ook GHB in het onderdeel 'Smartdrugs, Paddo's, LSD & GHB' in de sectie 'Verslaving'). Anders dan de bovengenoemde psychostimulantia wordt het effect toegeschreven aan het bevorderen van de diepe slaap en versterking van de nachtslaap. Het middel dat alleen als drank verkrijgbaar is, dient vlak voor het slapengaan zittend in bed worden ingenomen; 2½-4 later moet een tweede dosis (in bed) worden ingenomen, indien nodig daarvoor de wekker zetten. Het is een erg onveilig middel; twee tot driemaal de aanbevolen dosering kan heel schadelijk zijn. Ook is het zwaar verslavend, waardoor het onder de Opiumwet valt.

overzicht  medicatie  bij  slaapzucht  (narcolepsie)

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Psychostimulantia
methylfenidaat



modafinil
 

merkloos, Concerta® Equasym®, Medikinet® Ritalin®

merkloos
, Aspendos®
Modiodal®

 capsule mga*: 5-60 mg
 tablet: 5, 10 en 20 mg
 tablet mga*:
18 - 54 mg
 
 tablet:
100 mg
 
OVERIGE  MIDDELEN
natriumoxybaat

GHB, Xyrem®

 drank: 500 mg/ml
mga* = met gereguleerde afgifte


RESTLESS  LEGS  SYNDROOM

Restless legs (rustelozebenen) syndroom (RLS) is een neurologische aandoening die zich kenmerkt door een irriterend, branderig, kruipend gevoel, meestal in de kuiten, dat een onweerstaanbare drang tot bewegen oproept. De aandoening kan zich ook in de voeten en armen voordoen. Slechts zelden is er sprake van pijn. De irritatie in de benen treedt vooral op tijdens rustperiodes. Vooral 's avonds en in de nacht nemen de klachten toe, waardoor het inslapen (ernstig) wordt belemmerd. Uit onderzoek in verschillende landen blijkt dat 3 - 10 % van de bevolking last heeft van het RLS en komt twee keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen. Van hen heeft niet iedereen de RLS-klachten in dezelfde mate. Er zijn mensen die maar af en toe last hebben. Er zijn echter ook mensen die er zo veel en vaak last van hebben, dat ze naar de dokter gaan voor hulp. Naar schatting vraagt iets minder dan 3% medisch advies voor hun rusteloze benen.

Tachtig procent van de mensen met RLS heeft ook last van periodic limb movement disorder (PLMD). Dit is een aandoening waarbij men tijdens de slaap schokkende bewegingen maakt. Een verstoorde slaap is de voornaamste reden waarom patiënten een arts consulteren. De oorzaak van RLS kan primair of secundair zijn. De oorzaak van primaire RLS is nog onbekend, maar wordt gezocht in een verstoring in de dopaminehuishouding in de hersenen. Veelal is er bij RLS een erfelijke component. Secundaire RLS kan veroorzaakt worden door bloedarmoede door ijzergebrek, zwangerschap en chronische aandoeningen, zoals nierfalen, diabetes, ziekte van Parkinson en perifere neuropathie. Als bij iemand de diagnose RLS wordt gesteld dan dient men als eerste bloedarmoede uit te sluiten. Indien bloedarmoede wordt geconstateerd, dan is ijzersuppletie gedurende twee tot drie maanden aanbevolen (zie ook ijzergebrekanemie in het gedeelte 'Bloedarmoede' in de sectie 'Bloed en Bloedsomloop') . Soms is ijzertherapie al afdoende of geeft het verbetering van de klachten. Ten tweede dienen de volgende geneesmiddelen zoveel mogelijk vermeden te worden bij mensen met RLS omdat zij de symptomen kunnen verergeren: tricyclische antidepressiva, SSRI's, antipsychotica, calciumantagonisten en anti-emetica. Bovendien moet men het overmatig gebruik van koffie en alcohol vermijden.

Dopamineagonisten
Na deze stappen te hebben doorlopen kan het toch nodig zijn om medicatie te gaan gebruiken. In 2006 zijn voor RLS drie geneesmiddelen geregistreerd die al geregistreerd waren voor de ziekte van Parkinson (zie parkinsonmiddelen, in 'Ziekte van Parkinson' in de sectie 'Hersenen  & Zenuwstelsel'): pramipexol (merkloos, Glepark®, Mirapexin®, Oprymea®, Sifrol®), ropinirol (merkloos, Adartrel®, Requip®) en rotigotine (Neupro®). Zowel in kortdurend als in langdurend onderzoek kon worden aangetoond dat deze middelen een gunstig effect hebben niet alleen bij RLS maar ook op de verstoring van de slaap en de hoeveelheid slaap. Pramipexol en ropinirol worden oraal (dus via de mond) toegediend als tablet, terwijl rotigotine via een pleister wordt toegediend (transdermaal) die elke 24 uur moet worden ververst. De effectieve doseringen van deze middelen zijn bij de behandeling van RLS aanzienlijk lager dan bij de behandeling van de ziekte van Parkinson. Misselijkheid en duizeligheid zijn dan de meest voorkomende bijwerkingen.

Hydrokinine
Hoewel hydrokinine (Inhibin®) niet of nauwelijks werkzaam is bij RLS, kan het wél worden gebruikt bij een aandoening die net als RLS de slaap verstoort. Het gaat hier om nachtelijke spierkrampen. Dit zijn pijnlijke, onwillekeurige contracties, meestal in de kuitspier die tijdens de slaap plotseling optreden. Het beloop is wisselend en onvoorspelbaar. De oorzaak van deze hinderlijke aandoening is niet bekend. Hydrokinine verlaagt de prikkelbaarheid van de zenuwuiteinden die de spier aansturen om te contraheren. Uit onderzoek bleek dat hydrokinine  het gemiddelde aantal van 17 spierkrampen die bij een groep patiënten per nacht optraden, verminderde met maar 3-4 spierkrampen. Geen indrukwekkend resultaat dus. Bij aanhoudende heftige klachten die de slaap ernstig verstoren, wordt geadviseerd eerst een 2-4 weken durende proefbehandeling met hydrokinine in te stellen. Indien de krampen terugkomen, kan hydrokinine opnieuw gedurende 2 weken worden gegeven. Langdurig gebruik wordt mede vanwege het risico van ernstige bijwerkingen zoals gehoorverlies en bloedafwijkingen, afgeraden.

overzicht  medicatie  bij  restless  legs

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Dopamineagonisten

pramipexol



ropinirol


rotigotine

merkloos, Glepark®
Mirapexin®, Oprymea®
Sifrol®

merkloos, Adartrel® Requip®

Neupro®

 tablet: ⅛, ¼, ½ en 1 mg
 tablet mga*: ⅜, 1½, 2¼, 3, 3¾,
                               en 4½ mg
 
 tablet: ¼, ½, 1, 2 en 5 mg
 tablet mga*: 2, 4 en 8 mg
 
 pleister: 1-8 mg/etmaal

OVERIGE  MIDDELEN
hydrokinine

Inhibin®

 tablet: 100 mg
mga* = met gereguleerde afgifte


SNURKEN  &  SLAAPAPNEU

Snurken komt vaak voor: 38% van de mannen boven de 35 jaar snurkt drie of meer nachten per week, van de mannen van 50 tot 64 jaar snurkt bijna 44%. Bij vrouwen komt het veel minder vaak voor: circa 20% van de vrouwen boven de 50 blijkt te snurken. Snurken op zich is niet schadelijk voor de gezondheid, maar kan wél irritant zijn voor de bedpartner hetgeen niet zelden leidt tot relatieproblemen. Het snurkvolume kan oplopen tot wel 70 decibel, vergelijkbaar met het geluid van een stofzuiger.
Snurken kan verschillende oorzaken hebben. Tijdens de inademing houden de spiertjes van het verhemelte, de tong en de keelholte de luchtwegen open. Is de spiertonus onvoldoende, dan kan bij rugligging de tong naar achteren zakken en vibreren tegen het zachte verhemelte, huig en keelholte. Tijdens de diepe slaap, vooral de droomrijke REM-slaap (zie hierboven), neemt de spiertonus af. Slaapmiddelen van het benzodiazepine-type, alcoholgebruik, roken, overgewicht, een verminderde schildklierwerking en neurologische aandoeningen zoals een doorgemaakte beroerte, kunnen dit effect versterken. Ook als de neuspassage beperkt is of verstopt zoals bij neusverkoudheid, neemt de negatieve druk tijdens de inademing toe, zodat het slappe weefsel in de keelholte tijdens de slaap gaat vibreren.

Soms geeft snurken aan dat er meer aan de hand is dan alleen irritant geluidsoverlast. Het kan wijzen op slaapapneu, dat wil zeggen het optreden van ademstops (apneu) en ademvermindering (hypopneu) door verlaging van de tonus van de tongspier. Die blokkeert dan geheel of gedeeltelijk de bovenste luchtwegen. Deze vorm wordt obstructief slaapapneu-syndroom (OSAS) genoemd. Bij OSAS treden tijdens de slaap ademhalingspauzes op van ongeveer tien seconden of langer die meer dan vijf keer per uur optreden. Na zo'n pauze wordt de slaper kortstondig (enkele seconden) wakker door het lage zuurstofniveau in het bloed en slaapt weer verder na een diepe, snurkende ademteug. Dergelijke ademhalingspauzes kunnen tot wel enkele honderden keren per nacht optreden. Treden ze meer dan 30 keer per uur op dan spreekt men van ernstige OSAS. Er is ook een andere variant van slaapapneu, centraal slaapapnoesyndroom (CSA) genoemd. Deze vorm van herhaaldelijk optredende ademstops wordt gekenmerkt door tijdelijk - meer dan tien seconden - wegvallen van de neurale activiteit in de hersenen van de ademhalingsspieren. Daarbij is er dus geen obstructie van de luchtwegen. Tot de oorzaken van CSA behoren hersenletsel of een beroerte.

Slaapapneu kan de gezondheid bedreigen, het kan een belangrijke risicofactor zijn voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. De ernst van slaapapneu wordt bepaald door het aantal ademstops per uur slaap en de klachten overdag. Door de ademstops ontstaat een onderverzadiging van het bloed met zuurstof (hypoxie): de zuurstofwaarde kan wel dalen tot 70% terwijl die normaal 95% is. Dit leidt tot een hoge hartfrequentie en een hoge bloeddruk. Als dat 's nachts vele malen gebeurt leidt dat tot chronische hoge bloeddruk. Patiënten ontwaken niet verkwikt en zijn overdag vermoeid en slaperig. Ze kunnen zich niet concentreren, hebben een slecht geheugen en vertonen op den duur persoonlijkheidsveranderingen. Een ernstige slaapapneu kan uiteindelijk levensbedreigend worden.

Behandeling
Welke behandeling wordt gekozen bij snurken, hangt af van de oorzaak. Als er sprake is van een verstopte neus bij neusverkoudheid, kan een decongestivum zoals een neusspray met oxymetazoline (Nasivin®, Vicks Sinex®), tramazoline (Bisolnasal®) of xylometazoline (merkloos, Otrivin neusverkoudheid®, Xylometazoline FNA) uitkomst bieden, zie ook verkoudheid in het onderdeel 'Luchtweginfecties' in de sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'. Ook is er een combinatie met ipratropium verkrijgbaar dat de productie van neusslijm ('snot') vermindert. De combinatie heet Otrivin Duo®. Als hooikoorts de oorzaak is, kan een neusspray met een nasaal corticosteroïd de oplossing zijn, zie ook hooikoorts in de sectie 'Luchtwegen & Ademhaling'. Voor behandeling van anatomische afwijkingen die de bovenste luchtwegen vernauwen, bestaan diverse chirurgische ingrepen.

Bij OSAS is de rol van medicatie beperkt. De behandeling gebeurt in eerste instantie met positieve-drukbeademing (CPAP: continuous positive airway pressure). De patiënt slaapt met een masker over de neus - soms neus én mond - dat verbonden is met een luchtpomp die de luchtdruk in de neus en keelholte licht verhoogt, ongeveer 8 tot 10 millibar. Daardoor gaan de luchtwegen openstaan en wordt de obstructie opgeheven. Dat heeft een onmiddellijk effect, patiënten voelen zich de volgende ochtend verkwikt en de klachten van slaperigheid overdag verbeteren of verdwijnen. Een alternatief voor CPAP is een tandheelkundige beugel die de onderkaak en de daarmee verbonden weke delen naar voren houdt, waardoor de bovenste luchtwegen wijder worden en de luchtdoorstroming verbetert.

Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.hersenstichting.nl (Hersenstichting)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.apneuvereniging.nl (Apneuvereniging)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Terug