Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

SEKS  &  voortplanting

SEKSUEEL OVERDRAAGBARE AANDOENINGEN (SOA)

INHOUD

 gonorroe
   antibiotica
 
chlamydia-infectie
   macroliden en tetracyclinen
 
trichomoniasis
   metronidazol
 
syfilis
   penicillinen
 
herpes  genitalis
   antivirale middelen
 
genitale  wratten
 
hepatitis  b
   interferonen
   vaccinatie
 
aids
   ▪
vele medicijnen
   ▪ altijd combinaties
   ▪
vele bijwerkingen
 
overige  soa
   ▪
vaginale candidiasis & balanitis
    
antimycotica
   bacteriële vaginose
   ▪
schaamluis & schurft

Seksueel overdraagbare aandoeningen (afgekort tot SOA, vroeger meestal geslachtsziekten genoemd) zijn zeker niet alleen van deze tijd. In alle bekende culturen in de Oudheid kwamen SOA voor. Bij de infectieziekten die de wereldgeschiedenis hebben beïnvloed, zoals pest, pokken, vlektyfus, malaria, nemen SOA een zeer vooraanstaande plaats in. Oorlogen en daarmee samenhangende troepenverplaatsingen, armoede, prostitutie en seksueel misbruik vormden een uitstekende basis voor de verspreiding van SOA. In onze huidige samenleving komen dankzij betere levensomstandigheden, goede hygiëne en de beschikbaarheid van antibiotica en vaccins, veel infectieziekten nauwelijks meer voor. Daarentegen veroorzaken SOA nog steeds veel problemen. Er is de afgelopen jaren zelfs weer een toename te zien. Ook worden nog nieuwe SOA ontdekt.

Bij SOA gaat het om aandoeningen die het gevolg zijn van infecties door micro-organismen die door seksueel contact worden overgedragen, vandaar de naam SOA. In de Middeleeuwen dacht men dat er slechts één type SOA bestond, die zich in verschillende vormen kon openbaren. Men sprak dan van de venusziekte. Tegenwoordig weten wij dat de verschillende SOA verschillende verwekkers hebben. Net als andere infectieziekten kunnen SOA door virussen, bacteriën, schimmels of parasieten worden veroorzaakt

.
Een ‘kwikbehandeling’ van een SOA in de Middeleeuwen.

De belangrijkste SOA zijn:

Een aantal van deze infecties beperkt zich vrijwel tot de geslachtsorganen. Dat is het geval bij gonorroe, trichomoniasis, herpes genitalis en chlamydia-infecties. Bij syfilis, hepatitis B en aids zijn de geslachtsorganen alleen maar de toegangspoort voor bepaalde verwekkers, die vervolgens elders in het lichaam weefsels en organen aantasten.

SOA vormen nog steeds een bedreiging voor de volksgezondheid. Vanaf het eind van de jaren zeventig van de vorige eeuw heeft men in West-Europa een flinke stijging van de meest voorkomende SOA kunnen waarnemen. De indruk bestaat dat een aantal factoren hierbij een rol heeft gespeeld. Economische en sociale veranderingen, zoals industrialisatie en verstedelijking, massatoerisme, gastarbeid, vluchtelingen enzovoort, werken de verspreiding van SOA in de hand. Daarnaast kunnen wijzigingen in ethische, morele en gedragsnormen invloed hebben op het vóórkomen van SOA. De anticonceptiepil biedt, in tegenstelling tot het condoom, geen bescherming tegen SOA. De vrijere seksuele moraal die mede dankzij de ‘pil’ op gang kon komen, heeft dus bijgedragen aan de stijging van het aantal gevallen van SOA.

Voor een geslaagde bestrijding van geslachtsziekten is tijdige herkenning noodzakelijk, en indien mogelijk een volledige behandeling met antibiotica en voldoende nacontrole. Dat geldt vanzelfsprekend voor de patiënt die met klachten van een SOA bij een arts aanklopt, maar ook voor de partner en alle andere personen met wie de patiënt seksueel contact heeft gehad. Het is een wijdverbreid misverstand te denken dat als men geen klachten heeft, er geen besmetting is. In veel gevallen worden SOA juist ‘doorgegeven’ door personen die (nog) geen klachten hebben, maar wel besmet zijn.
 

Gonorroe

Gonorroe wordt veroorzaakt door een bacterie (Neisseria gonorrhoeae, ook wel gonokok genoemd) die vooral het slijmvlies van de urinebuis (urethra) infecteert. Men spreekt dan van een uretritis. Er wordt geelgroen slijm en pus gevormd dat onaangenaam ruikt en uit de penis kan lekken. Vandaar dat deze SOA ook wel ‘druiper’ wordt genoemd. Meestal is er ook sprake van pijn en irritatie bij het plassen. De eerste klachten ontstaan twee tot tien dagen na de besmetting. Besmette vrouwen hebben, afgezien van wat meer afscheiding uit de vagina, dikwijls geen klachten. Afhankelijk van de seksuele gewoonten kunnen ook de slijmvliezen van de anus en van de mond- en keelholte besmet raken.

Als gonorroe niet afdoende wordt behandeld, kan bij vrouwen een eileiderontsteking (salpingitis) en uiteindelijk zelfs onvruchtbaarheid ontstaan. Bij mannen kunnen een bijbalontsteking (epididymitis) en een prostaatontsteking (prostatitis) optreden. In 20 tot 40 procent van de gevallen heeft een patiënt met gonorroe ook een chlamydia-infectie (zie hieronder).

Antibiotica
De meeste gevallen van gonorroe konden tot het begin van de jaren tachtig vrij gemakkelijk worden behandeld met penicillinen. Een éénmalige injectie met procaïnebenzylpenicilline (Bicilline®) of het via de mond innemen van een éénmalige hoge dosis amoxicilline in combinatie met probenecide (Benemid®) zorgde meestal voor een snelle genezing. Tegenwoordig zijn veel verwekkers van gonorroe resistent tegen penicillinen (zie ook antibiotica in de problemen in de sectie 'Infectieziekten'), zodat vaak moet worden uitgeweken naar andere antibiotica. Ceftriaxon (merkloos, Rocephin®) of cefotaxim (merkloos) zijn cefalosporinen, die in een éénmalige injectie in een spier (intramusculair) worden toegediend. Ciprofloxacine (merkloos, Ciproxin®), behorende tot de chinolonen, in een éénmalige dosis via de mond is dan het alternatief. Men moet er rekening mee houden dat tegen ciprofloxacine de laatste jaren een toenemende resistentie is ontwikkeld; bij patiënten die getest werden in soa-poliklinieken bleek meer dan 50% van de gonokokken resistent te zijn tegen dit middel. Omdat er een vrij grote kans bestaat op een menginfectie (met chlamydia, zie hieronder), wordt ook het macrolidepreparaat azitromycine (merkloos, Zithromax®) voorgeschreven, dat in een eenmalige dosis (twee tabletten) gelijktijdig met één van de drie andere antibiotica moet worden ingenomen.
Uiteraard moet ook iedereen worden behandeld met wie de patiënt de afgelopen maanden seksueel contact heeft gehad, ook als die persoon geen klachten heeft! Bij zwangerschap wordt in plaats van ciprofloxacine amoxicilline (merkloos) en in plaats van azitromycine erytromycine (merkloos, Erythrocine®, Erythrocine-ES®) gegeven. Beide middelen worden via de mond gedurende zeven dagen gebruikt. Deze antibiotica kunnen als bijwerking soms maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken.

overzicht  antibiotica  bij  Gonorroe

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Cefalosporinen
cefotaxim

ceftriaxon

merkloos

merkloos, Rocephin®

 injectievloeistof: 500, 1000, 2000 mg

 injectievloeistof: 500, 1000, 2000 mg
Chinolonen
ciprofloxacine

merkloos, Ciproxin®

 suspensie: 50 en 100 mg/ml
 tablet: 250, 500 en 750 mg
Macroliden
azitromycine


erytromycine


 

merkloos, Zithromax®


merkloos, Erythrocine®
Erythrocine-ES®

 

 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg


 sachet (voor suspensie):
                 500 en 1000 mg
 suspensie:
25 en 50 mg/ml
 tablet:
250 en 500 mg
Penicillinen
amoxicilline
 

merkloos
 

 capsule, tablet: 250-1000 mg
 
suspensie: 25, 50 en 100 mg/ml

Chlamydia-infectie

Bij mannen is deze infectie op dit moment de meest voorkomende SOA. De infectie wordt veroorzaakt door Chlamydia trachomatis, een micro-organisme dat het midden houdt tussen een virus en een bacterie. De klachten zijn vrijwel gelijk aan die bij gonorroe, dus afscheiding en pijn en irritatie bij het plassen. Dus ook bij deze SOA is sprake van een uretritis. Meestal zijn de klachten wat milder dan bij gonorroe. In principe kan de verwekker zich overal in de geslachtsdelen nestelen. Vrouwen hoeven in het geheel geen klachten te hebben. Veel later kan dan een eileiderontsteking (salpingitis) of een buikvliesontsteking (peritonitis) ontstaan, die beide gepaard gaan met hevige pijnen en koorts. Een besmette zwangere vrouw kan tijdens de bevalling de besmetting op de pasgeborene overbrengen. Daardoor kan bij de baby een ernstige ooginfectie ontstaan.

Macroliden  en  tetracyclinen
Chlamydia-infecties zijn moeilijker te behandelen dan gonorroe, omdat slechts weinig antibiotica werkzaam zijn. In feite zijn alleen macroliden en tetracyclinen (zie ook de sectie 'Infectieziekten') effectief. Meestal schrijft de arts twee tabletten azitromycine (merkloos, Zithromax®) voor, die in één keer moeten worden ingenomen. Het alternatief is tweemaal daags één tablet doxycycline (merkloos, Doxy Disp®) gedurende zeven dagen. De kans op bijwerkingen is vrij groot; vooral maag-darmklachten als misselijkheid, braken of diarree komen voor. Net als bij gonorroe moet ook elke seksuele partner worden behandeld. Bij zwangerschap mag men beslist geen doxycycline gebruiken, omdat dit middel het ongeboren kind kan beschadigen. Dan komt eigenlijk alleen erytromycine (merkloos, Erythrocine®, Erythrocine-ES®) in aanmerking. Erytromycine kan als bijwerking soms wat maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree) veroorzaken.

overzicht  antibiotica  bij  Chlamydia-infectie

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Macroliden
azitromycine


erytromycine


 

merkloos, Zithromax®


merkloos, Erythrocine®
Erythrocine-ES®

 

 suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg


 sachet (voor suspensie):
                 500 en 1000 mg
 suspensie:
25 en 50 mg/ml
 tablet:
250 en 500 mg
Tetracyclinen
doxycycline

merkloos, Doxy Disp®

 tablet: 100 mg

Trichomoniasis

Trichomoniasis – er is jammer genoeg geen goed Nederlands woord voor – is een infectie van de geslachtsorganen die wordt veroorzaakt door de ééncellige parasiet Trichomonas vaginalis. Omdat de klachten die door deze infectie ontstaan, vrijwel altijd alleen bij vrouwen voorkomen, spreekt men meestal van trichomonas vaginitis, dus een ontsteking van de vagina (vaginitis) door Trichomonas. Dat wil overigens niet zeggen dat deze parasieten niet bij mannen kunnen voorkomen, maar mannen kunnen deze micro-organismen bij zich dragen zonder dat ze er last van hebben. Bij seksueel contact met een vrouw kunnen ze worden overgedragen en dan een infectie met klachten veroorzaken. De vagina raakt ontstoken en er vormt zich een geelgroene, schuimende afscheiding die onaangenaam ruikt. De schaamlippen en de binnenkant van de vagina worden rood en gezwollen en er ontstaat jeuk en irritatie. Hoewel deze infectie hinderlijk en soms pijnlijk is, is ze niet echt ernstig.

Metronidazol
De behandeling met medicijnen is eenvoudig en effectief. Metronidazol (merkloos, Flagyl®) is het middel van eerste keuze (zie ook overige middelen in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten'). Een dosering van vier tabletten van 500 mg, in één keer in te nemen tijdens of na de maaltijd, is in principe voldoende om de infectie volledig te genezen. Afgezien van wat maag-darmstoornissen (misselijkheid), een hinderlijke metaalsmaak of hoofdpijn, wordt dit middel meestal goed verdragen. Tijdens de behandeling (tot twee dagen na de eenmalige inname) mag geen alcohol worden gebruikt, omdat een zogenoemde alcoholintolerantie kan ontstaan. Dat is het gevolg van het effect van deze medicijnen op de omzetting van alcohol in de lever. Bij de afbraak van alcohol wordt een giftig ‘tussenproduct’ gevormd, dat onder invloed van een van deze middelen niet verder wordt afgebroken. Ophoping van deze stof in het lichaam kan zeer onaangename gevolgen hebben, zoals duizeligheid, kloppende hoofdpijn, misselijkheid en zelfs braken, buikkrampen en sterk transpireren. Men kan er behoorlijk ziek van worden, ook al is het maar zeer tijdelijk.

Het is van groot belang dat ook de seksuele partner(s) worden behandeld, ook al heeft hij of zij volstrekt geen klachten. Blijft behandeling achterwege, dan is de kans groot dat de infectie door herbesmetting binnen de kortste tijd opnieuw de kop opsteekt. In de eerste drie maanden van de zwangerschap mag metronidazol niet via de mond worden ingenomen. Het mag dan uitsluitend lokaal worden toegediend, dus via een vaginale tablet of ovule. De behandeling duurt dan wel langer, namelijk tien dagen.

overzicht  antibiotica  bij  Trichomoniasis

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
metronidazol

 

merkloos, Flagyl®

 

 suspensie: 40 mg/ml
 
tablet: 250 en 500 mg
 vaginale ovule/tablet: 500 mg

Syfilis

In 1495 brak onder de bevolking van Napels en onder Franse huurlingen die de stad hadden bezet, een epidemie uit van een vreselijke ziekte. Het begin was acuut met koorts, hoofdpijn, een ontstoken keel, opgezette lymfeklieren en een ernstig ziektegevoel. Veel patiënten stierven na enkele weken onder ondraaglijke pijnen en met zweren over het gehele lichaam. De artsen van toen stonden voor een raadsel. Het onbekende ziektebeeld werd ‘Napelse ziekte’ genoemd. De ziekte was echter al eerder gesignaleerd in Barcelona, en wel in 1493, het jaar waarin Columbus terugkeerde van zijn reis naar Amerika. Er werden namen als ‘Spaanse pokken’ of ‘Spaanse schurft’ gebruikt voor de ziekte die we nu syfilis (of lues venerea) noemen. Algemeen wordt aangenomen dat syfilis vanuit het Amerikaanse continent door de expeditie van Columbus in Europa is geïmporteerd. De infectie bleek voor de Europeanen, die er nog niet eerder mee in aanraking waren geweest, veel schadelijker te zijn dan voor de Amerikaanse inboorlingen, de indianen.

Tegenwoordig is het verloop van deze ziekte een stuk milder dan vijf eeuwen geleden. Toch zijn de late gevolgen zo ernstig dat syfilis nog altijd als een zeer gevaarlijke ziekte te boek staat. De ziekte kent een aantal stadia, die elkaar opvolgen. Het eerste stadium ontstaat ongeveer twee tot drie weken na besmetting met de verwekker Treponema pallidum en bestaat uit een zweertje (‘harde sjanker’), meestal op de geslachtsorganen. Afhankelijk van de seksuele gewoonten kan het zweertje zich ook in de anus of mondholte voordoen. Nadat het zweertje spontaan is verdwenen, kan na enkele weken tot maanden het tweede stadium ontstaan dat vooral wordt gekenmerkt door huiduitslag. Ook andere verschijnselen kunnen zich dan voordoen, zoals een grieperig gevoel, hoofdpijn, lusteloosheid, keelpijn en haaruitval. Deze algemene verschijnselen hangen nauw samen met de aanwezigheid van de bacterie in diverse organen van het lichaam en de hevige afweerreactie van de patiënt op de besmetting. Ook deze klachten kunnen spontaan verdwijnen. Na een periode zonder symptomen en klachten, die maanden tot vele jaren kan duren, kan bij een deel van de patiënten het derde stadium ontstaan. Nu is de ziekte in een bepaald orgaan gelokaliseerd. Meestal is dat het centrale zenuwstelsel. Een van de verschijnselen in het derde stadium van syfilis werd vroeger ‘ruggenmergtering’ (tabes dorsalis) genoemd. Daarbij treden coördinatiestoornissen (de ‘hanenstap’), pijn in lendenen en ledematen, achteruitgang of verlies van het gezichtsvermogen en maag-darmstoornissen op. Het geestesvermogen blijft meestal intact. Bij sommige patiënten worden echter juist de hersenen aangetast. Dit leidt tot een vorm van krankzinnigheid (dementia paralytica) die gepaard gaat met grootheidswaan, hallucinaties of een volledig verlies van het verstandelijke vermogen.

Behalve syfilis die door seksueel contact wordt opgelopen, bestaat ook de aangeboren syfilis. In dat geval wordt het kind in de baarmoeder besmet door de moeder die aan syfilis lijdt, omdat de ziekteverwekkers de moederkoek (placenta) kunnen passeren. Gelukkig is aangeboren syfilis zeldzaam geworden, doordat zwangere vrouwen consequent op de ziekte worden gecontroleerd.

Penicillinen
Bij het stellen van de diagnose, maar ook bij de behandeling, is vooral het bloedonderzoek van belang. Het aantonen van antistoffen die het lichaam produceert als reactie op de besmetting, is belangrijker dan het aantonen van de ziekteverwekker. Bij de behandeling van syfilis zijn penicillinen (in het onderdeel 'Ziekteverwekkers & Antibiotica' in de sectie 'Infectieziekten') nog steeds middelen van eerste keuze. Een éénmalige injectie met benzathinebenzylpenicilline (merkloos) is meestal voldoende om syfilis in het eerste stadium afdoende te behandelen. Syfilis in het tweede of derde stadium wordt ook behandeld met benzathinebenzylpenicilline-injecties, maar veel intensiever. Ook de behandeling van zwangere vrouwen is intensief. Na de behandeling moet altijd het bloed worden gecontroleerd. Is de patiënt overgevoelig voor penicillinen, dan moet uitgeweken worden naar cefalosporinen: ceftriaxon (merkloos, Rocephin®) of cefotaxim (merkloos) per injectie gedurende tien dagen (ook aan zwangere vrouwen), of moet doxycycline (merkloos, Doxy Disp®), een tetracycline worden geslikt (niet door zwangere vrouwen!), eveneens gedurende tien dagen.

overzicht  antibiotica  bij  syfilis

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Penicillinen
benzathine-
    benzylpenicilline

merkloos
 

 injectievloeistof: 1,2 milj. IE
 
Cefalosporinen
cefotaxim

ceftriaxon

merkloos

merkloos
, Rocephin®

 injectievloeistof: 500-2000 mg

 injectievloeistof: 500-2000 mg
Tetracyclinen
doxycycline

merkloos, Doxy Disp®

 tablet: 100 mg

Herpes  genitalis

De verwekker van herpes genitalis is een virus dat zeer nauw verwant is aan de verwekker van de bekende koortsblaasjes op de lippen (zie ook herpesinfecties). Herpes genitalis wordt gekenmerkt door steeds terugkerende symptomen rond de geslachtsdelen, zoals een branderig gevoel, jeuk en pijnlijke blaasjes die overgaan in zweertjes. Bij de man ontstaan de blaasjes vooral op de eikel en de voorhuid, maar ook wel eens in de anus, vooral bij homoseksuele mannen. Bij de vrouw zijn de schaamlippen vaak het doelwit. Vrouwen hebben meestal meer klachten dan mannen. De eerste periode van klachten is meestal de hevigste. Na twee tot drie weken verdwijnen de klachten spontaan. De klachten komen steeds terug, omdat het virus zich ‘terugtrekt’ in zenuwknopen en bij weerstandsvermindering weer naar de huid of de slijmvliezen verhuist en daar opnieuw klachten veroorzaakt. Het grootste gevaar van herpes genitalis is de kans dat een besmette zwangere vrouw de besmetting tijdens de bevalling op haar kind overbrengt. Bij de baby kunnen dan zeer ernstige ziekteverschijnselen ontstaan, doordat het centrale zenuwstelsel is aangetast. Dit gevaar kan soms worden omzeild door bij de aanstaande moeder een keizersnede uit te voeren.

Antivirale  middelen
De mogelijkheden van behandeling zijn beperkt. Er zijn maar weinig medicijnen die het ziekteverloop kunnen beïnvloeden. Alle antibiotica die effectief zijn bij bacteriële infecties, zijn onwerkzaam. Alleen bepaalde antivirale middelen zijn (enigszins) werkzaam. Tot voor kort was er slechts één middel beschikbaar dat enigszins helpt, namelijk aciclovir (merkloos, Zovirax®). Hoewel de infectie niet definitief verdwijnt, vermindert aciclovir de klachten (pijn en jeuk) en versnelt het de genezing van de blaasjes en de zweertjes aanzienlijk. Ook de periode waarin het herpesvirus uit de huidblaasjes wordt uitgescheiden, en daarmee de periode van besmettelijkheid, wordt duidelijk bekort. Aciclovir moet dan in ieder geval gedurende vijf dagen worden geslikt, en wel vijfmaal per dag een tablet van 200 mg. Nieuwere middelen met een vergelijkbare werking zijn famciclovir (merkloos) en valaciclovir (merkloos, Zelitrex®). Het voordeel van deze middelen is dat ze niet vijfmaal per dag, maar drie- respectievelijk tweemaal per dag moeten worden geslikt. Zwangere vrouwen mogen alleen aciclovir gebruiken. Als bij een patiënt de klachten meer dan zes keer opvlammen, kan de arts overwegen hem/haar continu famciclovir te laten slikken. Eénmaal per dag een tablet is dan voldoende. Na een jaar wordt dan beoordeeld of de behandeling heeft geholpen. Om de ergste klachten tijdelijk te verzachten kan lokaal zinkolie (merkloos, Zinkoxide Smeersel FNA), al dan niet gecombineerd met het lokale verdovingsmiddel lidocaïne, op de aangedane plekken worden toegepast.

overzicht  antivirale  middelen  bij  Herpes  genitalis

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
aciclovir


famciclovir

valaciclovir

merkloos, Zovirax®


merkloos

merkloos, Zelitrex®

 suspensie: 40 mg/ml
 tablet:
200, 400 en 800 mg
 
 tablet:
125 en 500 mg
 
 tablet:
250 en 500 mg

Genitale  wratten

Deze relatief onschuldige aandoening (condylomata acuminata) is het gevolg van een infectie met een virus (humaan papillomavirus) dat door seksueel contact wordt overgebracht. De in omvang toenemende wratten ontstaan enkele weken tot maanden na besmetting. Meestal zijn ze niet pijnlijk, maar soms kunnen ze wel jeuken. Echt schadelijk voor de gezondheid zijn ze niet. Om andere (geslachts)ziekten uit te sluiten, wordt meestal bloed- en urineonderzoek verricht. De grotere wratten kunnen chirurgisch, dat wil zeggen door bevriezen en wegsnijden, elektrocoagulatie of CO2-laserbestraling, worden verwijderd. Een andere mogelijkheid is de wratten aan te stippen met podofyllotoxine als applicatievloeistof (Condyline®) of als crème (Wartec®). De applicatievloeistof of de crème moet tweemaal per dag gedurende drie opeenvolgende dagen door de patiënt zelf worden aangebracht (de vloeistof met behulp van de bijgeleverde applicator). Zo nodig kan deze kuur iedere week worden herhaald, met een maximum van vijf opeenvolgende weken. Een nieuwere en waarschijnlijk effectievere optie is een crème met imiquimod (Aldara®, Zyclara®). Een definitieve behandeling met antibiotica of antivirale middelen is niet mogelijk. Nadat de wratten zijn verwijderd, kunnen ze na korte of langere tijd weer terugkomen.

overzicht  medicatie  bij  Genitale  wratten

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
imiquimod

podofyllotoxine
 

Aldara®, Zyclara®

Condyline®, Wartec®
 

 crème: 50 mg/g

 applicatievloeistof: 5 mg/ml
 crème: 1,5 mg/g

Hepatitis  B

Het heeft lang geduurd voordat duidelijk werd dat hepatitis B (zie ook lever & galwegen in de sectie 'Spijsvertering & Lever') door seksueel contact kan worden overgebracht. Het gaat om een ontsteking van de lever door het hepatitis-B-virus. Men sprak vroeger ook van serumhepatitis, omdat men dacht dat besmetting alleen via een bloedtransfusie of via geïnfecteerde injectiespuiten kon plaatsvinden. Nu is duidelijk dat het virus ook vanuit besmet sperma via slijmvlieswondjes in de bloedbaan van de partner terecht kan komen. Behalve drugsverslaafden die geïnfecteerd raken door besmette injectienaalden, zijn vooral homoseksuele mannen met veel wisselende contacten het slachtoffer van het virus.

De ziekte begint pas zes weken tot zes maanden na de besmetting. De eerste klachten zijn misselijkheid, verlies van eetlust, koorts, branderige ogen en pijn rechts in de bovenbuik. Na enige tijd kan ook geelzucht ontstaan. Bij een aantal patiënten verloopt de ziekte zonder duidelijke verschijnselen. De duur van de ziekte loopt sterk uiteen, van zo’n zes weken tot een half jaar. De meeste patiënten genezen volledig, zonder al te veel nadelige gevolgen voor de lever. In 10 tot 15 procent van de gevallen wordt de ziekte chronisch, terwijl ongeveer 1 procent van de patiënten overlijdt. Van de patiënten die een infectie hebben doorgemaakt, blijft 5 tot 10 procent virusdrager, dat wil zeggen dat ze besmettelijk blijven voor anderen.

De mogelijkheden van een effectieve behandeling zijn beperkt: ‘uitzieken’, een vetarm dieet en geen alcohol, dus maatregelen om de zieke lever zo veel mogelijk rust te gunnen bij het herstel.

Interferonen
Bij chronische hepatitis B wordt tegenwoordig een behandeling met interferon-alfa (Intron A®,  Roferon A®) of peginterferon-alfa (Pegasys®, Pegintron®) overwogen. Behorende tot de interferonen (een groep lichaamseigen stoffen die cellen beschermen tegen virussen) is (peg)interferon-alfa een eiwitachtige stof die via een recombinant-DNA-techniek (met bacteriën) is bereid. Het middel kan alleen per injectie worden toegediend, en wel driemaal per week (interferon-alfa) of éénmaal per week (peginterferon-alfa) gedurende één jaar. Bij chronische hepatitis B lijkt 40 procent van de patiënten dan te zijn genezen. De bijwerkingen zijn niet gering; het merendeel van de patiënten vertoont griepachtige symptomen zoals vermoeidheid, koorts, koude rillingen, verlies van eetlust, spierpijn, hoofdpijn, gewrichtspijn, transpireren. Als de behandeling met interferonen niet werkzaam blijkt of niet wordt verdragen dan komt het gebruik van adefovir (Hepsera®), entecavir (Baraclude®), lamivudine (merkloos, Epivir®, Zeffix®), tenofovir (Viread®) of telbivudine (Sebivo®) in aanmerking. Deze antivirale middelen kunnen via de mond (oraal) worden toegediend. Lamivudine en tenofovir worden ook gebruikt bij de behandeling van aids (zie hieronder), waarvoor het oorspronkelijk werd ontwikkeld. Ook deze middelen veroorzaken nogal wat bijwerkingen: vooral vermoeidheid en lusteloosheid en verder hoofdpijn en maag-darmstoornissen. Op basis van de resultaten van langetermijnonderzoek gaat de voorkeur op dit moment uit naar entecavir of tenofovir.

Vaccinatie
Sinds het begin van de jaren tachtig kunnen mensen met een verhoogd risico op hepatitis B met drie vaccinaties effectief worden beschermd tegen besmetting met het virus middels het hepatitis B-vaccin (Fendrix®, Engerix-B®, HBVAXPRO®). De seksuele partner(s) van iemand die ooit hepatitis B heeft doorgemaakt, moet(en) in ieder geval worden gevaccineerd. Dat geldt ook voor de huisgenoten en/of andere leden van het gezin. Vanaf 2012 worden alle pasgeborenen routinematig via het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen hepatitis B (zie ook immuniteit & vaccinatie in de sectie 'Infectieziekten').

overzicht  medicatie  bij  Hepatitis  B

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
adefovir

entecavir

interferon-alfa

peginterferon-alfa

lamivudine


telbivudine

tenofovir
 

Hepsera®

Baraclude®

Intron A®, Roferon A®

Pegasys®
, Pegintron®

merkloos, Epivir®
Zeffix®

Sebivo®

Viread®
 

 tablet: 10 mg

 tablet: ½ en 1 mg

 autoinjector: 3-10 milj. IE/dosis

 autoinjector: 50-180 μg/dosis

 drank: 5 en 10 mg/ml
 tablet: 100, 150 en 300 mg
 
 tablet: 600 mg

 granules: 33 mg/g
 tablet: 123-245 mg
Vaccinatie
hepatitis B-vaccin
 

Fendrix®, Engerix-B®
HBVAXPRO®

 injectievlst.: 10-20 μg HBsAg/ml
 susp. voor injectie: 20 μg
HBsAg

Aids

Deze ziekte, die lange tijd vrijwel altijd dodelijk verliep, wordt veroorzaakt door het aids-virus, ook vaak HIV (humaan immunodeficiëntievirus) genoemd. Aids is de afkorting van ‘acquired immunodeficiency syndrome’; vrij vertaald betekent dit ‘een verworven tekortschieten van het afweersysteem’. HIV is een zogenaamd retrovirus, een virustype dat erfelijke informatie bewaart in de vorm van RNA in plaats van DNA (zie ook gentherapie in de sectie 'Algemeen').

Het virus tast de functie van het afweersysteem aan, waardoor verschillende ziekteverwekkers, die normaal gesproken geen probleem voor het lichaam vormen, vrij spel krijgen. Longontstekingen, hersen(vlies)ontsteking, kanker of ernstige huidaandoeningen tasten het lichaam aan en leiden uiteindelijk tot de dood. Behalve door seksueel contact kan aids ook worden overgedragen via besmette injectienaalden of via transfusies met besmet bloed. In Nederland zijn homoseksuele mannen, drugsverslaafden die elkaars injectienaalden gebruiken en patiënten met bloederziekte (hemofilie) de belangrijkste risicogroepen. Deze laatste categorie loopt tegenwoordig veel minder gevaar omdat het donorbloed intensief wordt gecontroleerd en er in toenemende mate gebruik wordt gemaakt van stollingsfactoren die verkregen zijn met recombinant-DNA-technieken, waaraan geen donorbloed meer te pas komt (zie ook bloederziekte in de sectie 'Bloed & Bloedsomloop'). Een vierde risicogroep zijn personen die beroepshalve met bloed werken, zoals artsen en ziekenhuispersoneel. Zij lopen risico doordat men zich bijvoorbeeld per ongeluk prikt aan een met HIV besmette naald. Dat gevaar geldt trouwens ook bij besmetting met hepatitis B.


Een elektronenmicroscopische afbeelding van een HIV-virusdeeltje op het oppervlak van een cel (Foto AP, 2015)

De besmetting kan worden aangetoond met behulp van bloedonderzoek. Nadat het lichaam in aanraking is geweest met HIV, maakt het antistoffen. Het virus nestelt zich in bepaalde typen witte bloedcellen (zogenoemde CD4-positieve T-lymfocyten) die andere cellen van het afweersysteem activeren en reguleren. Het erfelijke materiaal van het virus, het RNA, wordt eerst met een viraal enzym (het reverse transcriptase) omgezet in DNA en wordt vervolgens opgenomen in het DNA van de geïnfecteerde cel. Het virus vermeerdert zichzelf in de cel, waardoor deze uiteindelijk wordt vernietigd en nieuwe virusdelen vrijkomen die weer andere witte bloedcellen besmetten. Een besmet persoon met antistoffen tegen HIV wordt ‘seropositief’ genoemd. Deze persoon kan lang klachtenvrij zijn. Pas na (vele) jaren kunnen de eerste ziekteverschijnselen zich openbaren doordat het aantal CD4-positieve T-lymfocyten dan substantieel is afgenomen. Waarom de ene seropositieve persoon al vrij snel ziek wordt en de andere pas na vele jaren, is nog niet geheel duidelijk.

Aids-epidemie?

In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw ontdekten medici in Amerika een plotselinge toename van twee aandoeningen bij homoseksuele mannen: het zogenoemde Kaposi-sarcoom, een zeldzame vorm van kanker, en een longontsteking die alleen bij patiënten met een sterk verminderde afweer voorkomt. De onderdrukking van het afweersysteem, die beide ziekten mogelijk maakte, werd later aids genoemd. Deze ontregeling van het afweersysteem trof men ook aan bij spuitende harddrugsgebruikers, patiënten met bloederziekte en mensen die een bloedtransfusie hadden gekregen. Later kwam deze afwijking ook bij heteroseksuelen voor. Vrij spoedig daarna werd ontdekt dat de afwijkingen van het afweersysteem werden veroorzaakt door een virale besmetting. Er bleken twee typen HIV te bestaan: HIV-1, dat het meest op het westelijk halfrond, in Europa, in Azië en in oostelijk Afrika voorkomt, en HIV-2, dat vooral in West-Afrika aids veroorzaakt.
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werden in 2000 wereldwijd ruim vijf miljoen mensen besmet met HIV, waarvan 600.000 kinderen. Het totale aantal seropositieven in dat jaar werd geschat op ongeveer 36 miljoen. Sinds het begin van de epidemie tot eind 2000 zijn er bijna 22 miljoen mensen (volwassenen en kinderen) overleden aan aids. Ruim 95 procent van de seropositieven leeft in ontwikkelingslanden. In West-Europa (circa een half miljoen seropositieven) en in Nederland (circa 13.000 seropositieven) stijgt het aantal besmette mensen veel minder snel dan in Oost-Europa, waar de epidemie nog explosief groeit. Door de beschikbaarheid van de effectieve combinatietherapie is de sterfte aan aids in de rijke landen fors afgenomen.


Vele  medicijnen

Een behandeling waarmee aids definitief kan worden genezen, bestaat (nog) niet. Volgens sommige deskundigen is het de vraag of die er ooit komt. Door de wereldwijde aandacht en de dramatische gevolgen van een HIV-infectie zijn er in korte tijd veel nieuwe medicijnen ontwikkeld, die het verloop van de ziekte gunstig kunnen beïnvloeden. Ze worden antiretrovirale middelen of aidsremmers genoemd. Zidovudine (Retrovir AZT®) kwam als eerste beschikbaar, nadat ontdekt was dat aids door HIV wordt veroorzaakt. Dit middel remt de vermenigvuldiging van het virus in het lichaam door remming van het virale enzym reverse transcriptase.


Aangrijpingsplaatsen van diverse aidsremmers (Pharmaceutisch Weekblad, 2014)

Omdat zidovudine chemisch sterk lijkt op bepaalde bouwstenen van het DNA, de zogenoemde nucleosiden, wordt het een nucleoside-reverse-transcriptaseremmer (NRTI) genoemd. Abacavir (Ziagen®), didanosine (Videx®), emtricitabine (Emtriva®), lamivudine (merkloos, Epivir®, Zeffix®), stavudine (Zerit®) en tenofovir (Viread®) zijn nieuwere middelen uit deze dezelfde groep.
Er zijn echter ook reverse-transcriptaseremmers die geen nucleosidestructuur hebben. Die worden non-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers (NNRTI’s) genoemd. Anders dan de NRTI’s hoeven deze stoffen niet eerst geactiveerd te worden om werkzaam te worden. Tot deze groep behoren efavirenz (merkloos, Stocrin®), etravirine (Intelence®), nevirapine (merkloos, Viramune®) en rilpivirine (Edurant®).
Een derde groep medicijnen tegen HIV-infecties zijn de zogenoemde proteaseremmers. Het enzym protease zorgt ervoor dat de virusdelen uit de gastheercellen weer andere cellen kunnen besmetten. Atazanavir (Reyataz®), darunavir (Prezista®), fosamprenavir (Telzir®), indinavir (Crixivan®), ritonavir (Norvir®), saquinavir (Invirase®), tipranavir (Aptivus®) zijn alle proteaseremmers.
Een vierde groep zijn de zogenaamde fusieremmers: deze remmen de fusie van het virusdeeltje met de menselijke CD4-cel, waardoor het virus de cel niet kan binnendringen. Enfuvirtide (Fuzeon®) is tot nu toe het enige middel uit deze groep die in Nederland verkrijgbaar is.
Dolutegravir
(Tivicay®) en raltegravir (Isentress®) behoren tot de nieuwe groep van de integraseremmers. Deze middelen remmen het enzym integrase. Dit voorkomt de vermenigvuldiging van hert virus omdat het virale DNA niet kan integreren in het DNA van de menselijke gastheercel.
Maraviroc
(Celsentri®) behoort tot de nieuwste generatie aidsmiddelen (co-receptorremmers) met weer een iets ander werkingsmechanisme.

overzicht  medicatie  bij  Aids

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
nucleoside-reverse-transcriptaseremmers  (NRTI's)
abacavir

didanosine


emtricitabine

lamivudine


stavudine


tenofovir


zidovudine

Ziagen®

Videx®


Emtriva®

merkloos, Epivir®
Zeffix®

Zerit®


Viread®


Retrovir AZT®

 drank: 20 mg/ml; tablet: 300 mg

 capsule: 125-400 mg
 poeder voor drank: 2 g

 capsule: 200 mg

 drank: 5 en 10 mg/ml
 tablet: 100, 150 en 300 mg

 capsule: 20, 30 en 40 mg
 
poeder voor drank: 1 mg/ml
 
 granules: 33 mg/g
 tablet: 123-245 mg

 capsule: 100 mg; drank: 10 mg/ml
non-nucleoside-reverse-transcriptaseremmers  (NNRTI’s)
efavirenz


etravirine

nevirapine


rilpivirine

merkloos, Stocrin®


Intelence®

merkloos
Viramune®

Edurant®

 drank: 30 mg/ml
 tablet: 50, 200 en 600 mg

 tablet: 25, 100 en 200 mg

 suspensie: 10 mg/ml
 tablet (mga*): 100, 200 en 400 mg

 tablet: 25 mg
Proteaseremmers
atazanavir

darunavir


fosamprenavir

indinavir

ritonavir



saquinavir

tipranavir

Reyataz®

Prezista®


Telzir®

Crixivan®

Norvir®



Invirase®

Aptivus®

 capsule: 150, 200 en 300 mg
 
 suspensie:100 mg/ml
 tablet: 75-800 mg

 tablet: 700 mg

 capsule: 400 mg

 capsule, tablet: 100 mg
 drank: 80 mg/ml
 
poeder voor suspensie: 100 mg

 tablet: 500 mg

 capsule: 250 mg; drank: 100 mg/ml
Fusieremmers
enfuvirtide

Fuzeon®

 poeder voor injectie: 90 mg
Integraseremmers
dolutegravir

raltegravir

Tivicay®

Isentress®

 tablet: 50 mg
 
 tablet: 400 mg
Co-receptorremmers
maraviroc

Celsentri®

 tablet: 150 en 300 mg
mga* = met gereguleerde afgifte

Altijd  combinaties!
Alle middelen uit bovengenoemde groepen verhinderen de vermeerdering van het virus, waardoor in principe de voortgang van de ziekte wordt vertraagd. Door schade en schande is echter gebleken dat als slechts één middel (monotherapie) tegen de virale indringers wordt ingezet, de strijd vrij snel beslist wordt ten gunste van het virus. Er ontstaat namelijk zeer snel resistentie, waardoor het middel niet meer werkzaam is. Dat komt doordat het virus voortdurend verandert, waardoor snel varianten ontstaan die ongevoelig zijn voor het medicijn. Tegenwoordig wordt altijd een combinatietherapie van enkele middelen uit verschillende groepen medicijnen gebruikt. Men heeft vastgesteld dat HIV-geïnfecteerden die worden behandeld met een combinatietherapie, niet alleen minder snel ziekteverschijnselen krijgen, maar ook (veel) langer blijven leven. In de praktijk bestaat de combinatietherapie meestal uit twee NRTI’s en één proteaseremmer, of uit twee NRTI’s en één NNRTI. Deze zogenoemde HAART ('highly active antiretroviral therapy') heeft ervoor gezorgd dat aids niet meer als een dodelijke ziekte wordt beschouwd, maar als een ernstige, chronische ziekte.

Een en ander leidt er toe dat HIV-geïnfecteerde patiënten dagelijks vele pillen moeten slikken soms wel tientallen per dag. Terwille van deze patiënten zijn er de laatste jaren diverse uitgekiende, vaste combinaties op de markt gekomen om het aantal in te nemen pillen per keer of per dag flink te beperken.

overzicht  vaste  combinatiepreparaten  bij  aids

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
NRTI's
abacavir/lamivudine

abacavir/lamivudine/zidovudine

emtricibatine/tenofovir


lamivudine/zidovudine
 

Kivexa®

Trizivir®

Descovy®
Truvada®

merkloos
Combivir®

 tablet: 600/300 mg

 tablet: 300/150/300 mg

 tablet: 200/10 en 200/25 mg
 
tablet: 200/245 mg

 tablet: 150/300 mg
 
NRTI's  +  NNRTI's
efavirenz/emtricitabine/tenofovir

emtricitabine/rilpivirine/tenofovir

Atripla®

Eviplera®

 tablet: 600/200/245 mg

 tablet: 200/25/245 mg
NRTI's  +  INTEGRASEREMMER's
emtricitabine/tenofovir/
   /elvitegravir/cobicistat

dolutegravir/abacavir/lamivudine

Stribild®
Genvoya®

Triumeq®

 tablet: 200/245/150/150 mg
 
tablet: 200/10/150/150 mg

 tablet: 50/600/300 mg
PROTEASEREMMERS
darunavir/cobicistat

lopinavir/ritonavir
 

Rezolsta®

Kaletra®
 

 tablet: 800/150 mg

 drank: 80/20 mg/ml
 tablet: 100/25 en 200/50 mg 

Veel  bijwerkingen!
Tegenover de voordelen van de huidige medicijnen staan behoorlijk wat nadelen. Men moet zich realiseren dat er geen definitieve genezing mogelijk is, zoals wél het geval is bij de behandeling van een bacteriële infectie met een antibioticum. Een en ander houdt in dat de medicijnen dag in dag uit trouw moeten worden ingenomen gedurende de rest van het leven. Elk middel uit bovengenoemde groepen veroorzaakt veel bijwerkingen, die variëren van misselijkheid, buikpijn, hoofdpijn, huiduitslag en spierpijn tot bloedarmoede, lever- en nierafwijkingen en effecten op het perifere en centrale zenuwstelsel.

Een zeer nare bijwerking van langdurig gebruik van de combinatietherapie is het lipodystrofiesyndroom. Bij dit syndroom ontstaat een abnormale verdeling van het lichaamsvet over het lichaam. Door het verlies van onderhuids vetweefsel krijgen patiënten ingevallen wangen en dunne armen en benen, terwijl in andere delen van het lichaam een vetstapeling ontstaat in de vorm van een stierennek (‘buffalo hump’) en/of een sterk toegenomen buikomvang. Het lichaamsuiterlijk kan zo sterk veranderen dat de patiënt zich niet meer op straat durft te vertonen. Het ontstaan van het lipodystrofiesyndroom lijkt samen te hangen met het gebruik van proteaseremmers in combinatie met NRTI’s. Een adequate preventie of behandeling van deze cosmetisch zeer hinderlijke bijwerking is nog niet beschikbaar.
 

Overige  SOA

vaginale  Candidiasis  &  balanitis
Candidiasis
die door een gistachtige schimmel (Candida albicans) wordt veroorzaakt, komt heel vaak voor en is betrekkelijk onschuldig. Bij vrouwen, bij wie deze aandoening het meest voorkomt, spreekt men ook wel van witte vloed, fluor vaginalis of vaginale candidose, zie ook vrouwenziekten: fluor vaginalis. Het is beslist niet zo dat deze infectie alleen door seksueel contact wordt overgedragen; eigenlijk gebeurt dat maar sporadisch. In feite zijn zeer veel vrouwen draagster van deze micro-organismen, zonder dat zij daar last van hebben. Onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld na gebruik van bepaalde antibiotica die de groei van bacteriën in de vagina remmen, kan ‘overgroei’ van Candida ontstaan, met als gevolg ziekteverschijnselen. Andere omstandigheden zijn zwangerschap, suikerziekte en het gebruik van corticosteroïden. Ook het veelvuldig wassen met zeep of het gebruik van intiemsprays kan aanleiding zijn voor zo’n infectie. Doordat deze andere oorzaken veel vaker voorkomen, is er met recht twijfel gerezen of deze aandoening een SOA moet worden genoemd.
De klachten bij vrouwen bestaan uit een ontsteking met veel afscheiding, die eruitziet als een witte, brokkelige massa. Rond de schede kan roodheid en soms hevige jeuk ontstaan. Bij mannen komt candidiasis veel minder vaak voor. De eikel van de penis kan er rood en schilferig uitzien en kan erg jeuken (balanitis).

Antimycotica
Behandeling is alleen nodig als er hinderlijke klachten zijn. In dat geval worden zogenoemde antimycotica gebruikt, middelen die uitsluitend werkzaam zijn tegen schimmelinfecties (zie ook huidinfecties in de sectie 'Huidaandoeningen'). Bij een eerste infectie bestaat de behandeling uit een éénmalige toediening van een vaginale capsule met 1200 mg miconazol (merkloos, Gyno-Daktarin®) of een vaginale tablet/crème met 500 mg resp. 100 mg/g clotrimazol (merkloos, Canesten gyno®). De vaginale capsule, tablet of crème kan met een applicator door de vrouw zelf worden ingebracht. Bij uitwendige jeuk kan tevens een crème van een van beide middelen worden gebruikt. Een alternatief voor de éénmalige toediening is een driedaagse kuur met een vaginale capsule (ovule) of tablet met 100 mg butoconazol (Gynomyk®), met 400 mg miconazol (merkloos, Gyno-Daktarin®) of met 200 mg clotrimazol (merkloos, Canesten gyno®). Bij onvoldoende resultaat wordt een zesdaagse kuur voorgeschreven, hetzij met vaginale capsules of tabletten, hetzij met een vaginale crème. Bij regelmatig terugkerende infecties met veel klachten kan de arts overwegen de behandeling met capsules die via de mond worden ingenomen, voort te zetten. Daarvoor komen in aanmerking itraconazol (merkloos, Trisporal®) gedurende drie dagen of fluconazol (merkloos, Diflucan®) éénmalig. De kans op bijwerkingen is dan wel wat groter: maag-darmstoornissen (misselijkheid, buikpijn, diarree, flatulentie), hoofdpijn, smaakstoornissen.

bacteriële  Vaginose
In veel opzichten - met name het klachtenpatroon - lijkt bacteriële vaginose sterk op vaginale candidiasis. De oorzaak is echter niet een infectie met schimmels maar met bacteriën, waardoor de behandeling in principe anders is. Bij bacteriële vaginose is de normale, uit onder andere lactobacillen bestaande vaginale flora deels vervangen door Gardnerella vaginalis-bacteriën en anaërobe bacteriën. Het is niet waarschijnlijk dat dit door seksuele overdracht wordt veroorzaakt. De meest effectieve medicatie is de systemische (orale) toediening van metronidazol (merkloos, Flagyl®). Dit is het medicijn dat ook bij vaginale trichomoniasis wordt geadviseerd. Vanwege effectiviteit, gebruikersgemak en prijs gaat de voorkeur dan uit naar een eenmalige, orale stootkuur. De partner hoeft niet te worden meebehandeld. Bij onvoldoende resultaat of recidief wordt gedurende zeven dagen behandeld. Tijdens de zwangerschap (eerste trimester) dient metronidazol lokaal te worden toegediend. Afgezien van wat maag-darmstoornissen (misselijkheid), een hinderlijke metaalsmaak of hoofdpijn, wordt dit middel meestal goed verdragen. Tijdens de behandeling (tot twee dagen na de eenmalige inname) mag geen alcohol worden gebruikt, omdat een zogenoemde alcoholintolerantie kan ontstaan (voor meer details zie trichomoniasis elders in dit onderdeel 'SOA'). Een alternatief voor de orale toediening van metronidazol - bijvoorbeeld als metronidazol niet goed wordt verdragen of tijdens de zwangerschap - is clindamycine (merkloos), toegepast via een vaginale crème. Omdat het lokaal wordt gebruikt kent het nauwelijks bijwerkingen. Een ander lokaal alternatief vormt dequalinium (Fluomizin®) dat sinds 2015 verkrijgbaar is in Nederland. Vooralsnog heeft dit middel geen plaats in de behandeling van bacteriële vaginose vanwege onvoldoende bewijs voor effectiviteit.

Schaamluis  &  schurft
Deze beide aandoeningen worden veroorzaakt door minuscule, insectachtige beestjes die door intiem lichamelijk contact worden overgebracht (zie ook het onderdeel ongedierte & de huid in de sectie 'Huidaandoeningen').

Schaamluis – ook wel platjes of pediculosis pubis genoemd – wordt veroorzaakt door luizen die zich prima thuis voelen tussen de schaamharen. De eerste klachten zijn jeuk in de schaamstreek en rode of bruine vlekjes in het ondergoed. Door de jeuk gaat men krabben en ontstaat er irritatie en roodheid van de huid. In het schaamhaar zijn roodbruine luizen zichtbaar ter grootte van ongeveer 1 mm. De patiënt kan schaamluis zelf behandelen met malathion (Prioderm®) (als lotion of shampoo) of permetrine (Loxazol®) (als lotion of crème). Bij malathion moet de stof acht tot twaalf uur in de schaamstreek inwerken. Eventueel moet de behandeling na een week worden herhaald. Permetrine hoeft maar tien minuten in te werken.
Overigens wordt schaamluis nog maar heel weinig gezien in de medische praktijk. Men vermoedt dat een en ander te maken heeft met de huidige gewoonte om het schaamhaar te verwijderen.


Een schaamluis onder het vergrootglas.

Schurft (scabies) wordt veroorzaakt door de schurftmijt, die zich in de huid ingraaft en daar haar eitjes legt. Behalve door intiem (seksueel) contact kan iemand ook worden besmet via beddengoed en door slechte lichamelijke hygiëne. Enkele weken na de besmetting ontstaat jeuk over het hele lichaam, vooral ’s nachts. Op sommige plaatsen ontstaan rode bultjes. Door veelvuldig krabben raakt de huid op meer plaatsen beschadigd. De behandeling bestaat uit het éénmalig insmeren van het hele lichaam tot aan de kaakrand met permetrine (Loxazol®) als crème. Vooral de lichaamsplooien moeten zorgvuldig worden ingesmeerd. De crème moet acht tot twaalf uur inwerken. Soms wordt de behandeling na een week herhaald. Omdat vaak meer gezinsleden besmet zijn, moet iedereen worden meebehandeld. Het alternatief voor de lokale behandeling met permetrine is een éénmalige orale behandeling (dus via de mond) met tabletten ivermectine (Stromectol®). De dosering is sterk afhankelijk van het lichaamsgewicht. Bijwerkingen zijn mild en voorbijgaand van aard. Binnen 2 uur vóór en 2 uur na de inname van de tabletten mag geen voedsel worden ingenomen. Bij zwangere vrouwen worden beide middelen afgeraden. Dan kan alleen benzylbenzoaat (merkloos, Benzylbenzoaat FNA) veilig worden gebruikt.
Naast het smeren van de geneesmiddelen moet veel aandacht worden geschonken aan hygiëne; vooral het regelmatig verschonen en goed wassen (kookwas!) van het beddengoed en ondergoed is belangrijk.

overzicht  medicatie  bij  Overige  soa

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
vaginale  Candidiasis  &  balanitis
Lokaal
butoconazol


clotrimazol


miconazol

Oraal
itraconazol

fluconazol
 


Gynomyk®


merkloos
Canesten gyno®


merkloos
Gyno-Daktarin®

merkloos, Trisporal®

merkloos, Diflucan®
 

 
 ovule: 100 mg
 vaginaal crème: 20 mg/g

 vaginaal crème: 10 en 20 mg/g
 vaginaal tablet: 200 en 500 mg

 vaginaal capsule: 400 en 1200 mg
 vaginaal crème:
20 mg/g


 
capsule: 100 mg; drank: 10 mg/ml

 
capsule: 50, 100 en 150 mg
 
suspensie: 10 en 40 mg/ml
bacteriële  Vaginose
clindamycine

dequalinium

metronidazol

 

merkloos

Fluomizin®

merkloos
, Flagyl®

 

 vaginaal crème: 20 mg/g

 vaginaal tablet: 10 mg


 
suspensie: 40 mg/ml
 tablet: 250 en 500 mg
 vaginale ovule/tablet: 500 mg
 
Schaamluis
malathion

permetrine

Prioderm®

Loxazol®

 lotion: 5 mg/ml
 
 hydrofiele crème: 50 mg/g
Schurft
benzylbenzoaat


ivermectine

permetrine

merkloos
Benzylbenzoaat FNA

Stromectol®

Loxazol®

 smeersel: 25%
 

 tablet: 3 mg
 
 hydrofiele crème: 50 mg/g


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.diliguide.nl (Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Terug