Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

SPIJSVERTERING  &  LEVER

AANDOENINGEN  van  LEVER  en  GALWEGEN

INHOUD

 geelzucht,  hepatitis  en
 
levercirrose

   ▪ behandeling
     ▫ antivirale middelen
     ▫ symptomatica
     vaccinatie
 
galstenen

Geelzucht,  hepatitis  en  levercirrose

Bij geelzucht (icterus) verkleuren huid, slijmvliezen en lichaamsvloeistoffen geel. Het opvallendst is de gele verkleuring van het oogwit en de donkere verkleuring van de urine. Vaak gaat geelzucht gepaard met jeuk. Geelzucht is het gevolg van een verhoogd bilirubine-gehalte van het bloed. Bilirubine is een afbraakproduct van de rode bloedkleurstof (hemoglobine), dat door de lever uit het bloed wordt gezuiverd en via de galwegen in de darm wordt uitgescheiden. Als de galwegen verstopt raken door een galsteen of een gezwel, wordt het bilirubinegehalte in het bloed te hoog en ontstaat er geelzucht.


De lever, de galwegen en de alvleesklier (pancreas).

Geelzucht kan echter ook het gevolg zijn van leverziekten als hepatitis of levercirrose. Hepatitis betekent leverontsteking; er zijn zowel acute als chronische vormen van hepatitis. Acute hepatitis wordt meestal door een virus veroorzaakt en is dus een infectie. Er zijn inmiddels vijf verschillende virussen ontdekt die acute hepatitis kunnen veroorzaken: hepatitis A tot en met hepatitis E. Hepatitis kan echter ook ontstaan door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen. Verreweg de meest voorkomende vorm van hepatitis is die door overmatig alcoholgebruik (alcoholhepatitis).

De klachten bij acute hepatitis beginnen meestal met moeheid en maag-darmklachten als misselijkheid en braken. De patiënt heeft ook koorts en meestal na een week ontstaat geelzucht. Hepatitis B – vroeger ook wel serumhepatitis genoemd vanwege de besmetting via een bloedtransfusie of geïnfecteerde injectiespuiten, hoewel hepatitis B ook via seksueel contact kan worden overgebracht (zie ook SOA in de sectie 'Seks & Voortplanting') – verloopt in de regel ernstiger dan hepatitis A. Het merendeel van de mensen met een acute hepatitis geneest binnen zes weken zonder nadelige gevolgen voor de lever. Een chronische hepatitis verloopt veel sluipender. De klachten zijn doorgaans moeheid, verminderde eetlust en een vol gevoel. Hepatitis B en vooral hepatitis C kunnen chronisch worden; bij hepatitis A is die kans nihil.

Bij levercirrose is sprake van een schrompeling en verharding van de lever. Meestal gaat aan deze aandoening een of andere vorm van hepatitis vooraf. Net als bij chronische hepatitis is er een sluipend begin met lichte maag-darmklachten. In een later stadium kan zich vocht ophopen in de buikholte (ascites) en door ophoping van giftige stoffen in het bloed kan een algehele vergiftiging ontstaan. Vaak is levercirrose het gevolg van alcoholhepatitis, maar ook andere oorzaken zijn bekend. Levercirrose is niet te genezen, de leverafwijkingen zijn onherstelbaar. Het verloop is uiteindelijk dodelijk.

Behandeling
De behandelingsmogelijkheden zijn vrij beperkt. Voorop staat het wegnemen van de oorzaak, als die bekend is. Zijn alcohol of medicijnen de oorzaak, dan ligt stoppen met het gebruik voor de hand. Is een virusinfectie de oorzaak, dan ligt het voor de hand antivirale middelen toe te passen. De klachten bij hepatitis en levercirrose kunnen soms (maar beslist niet altijd) bestreden worden met medicijnen, die - zonder genezing te geven - specifiek een klacht of symptoom onderdrukken, zogenaamde symptomatica.

Antivirale  middelen
Indien er sterke aanwijzingen zijn op basis van bloedonderzoek dat een virale infectie de oorzaak is van de hepatitis, wordt tegenwoordig behandeling met interferon-alfa (IntronA®,  Roferon A®) of peginterferon-alfa (Pegasys®, Pegintron®) overwogen, vooral bij patiënten met chronische hepatitis B of C. Behorende tot de interferonen (een groep lichaamseigen stoffen die cellen beschermen tegen virussen) is (peg)interferon-alfa een eiwitachtige stof die via een recombinant-DNA-techniek (met bacteriën) is bereid. Het middel kan alleen per injectie worden toegediend, en wel driemaal per week (interferon-alfa) of éénmaal per week (peginterferon-alfa) gedurende één jaar. Bij chronische hepatitis B lijkt 40% van de patiënten dan te zijn genezen. De bijwerkingen zijn niet gering; het merendeel van de patiënten vertoont griepachtige symptomen zoals vermoeidheid, koorts, koude rillingen, verlies van eetlust, spierpijn, hoofdpijn, gewrichtspijn, transpireren, prikkelbaarheid en stemmingsstoornissen. Als de behandeling met interferonen niet werkzaam blijkt of niet wordt verdragen dan komt het gebruik van adefovir (Hepsera®), entecavir (Baraclude®), lamivudine (merkloos, Epivir®, Zeffix®), tenofovir (Viread®) of telbivudine (Sebivo®) in aanmerking. Deze antivirale middelen kunnen via de mond (oraal) worden toegediend. Tenminste gedurende één jaar of langer - afhankelijk van de tussentijdse, gemeten bloedwaarden - dient deze therapie met een van deze middelen te worden voortgezet. Lamivudine en tenofovir worden ook gebruikt bij de behandeling van aids, waarvoor het oorspronkelijk werd ontwikkeld. Ook deze middelen veroorzaken nogal wat bijwerkingen: vooral vermoeidheid en lusteloosheid en verder hoofdpijn en maag-darmstoornissen. Op basis van de resultaten van langetermijnonderzoek gaat de voorkeur op dit moment uit naar entecavir of tenofovir.

Bij de behandeling van chronische hepatitis C zijn de resultaten veel minder negatief dan jaren geleden. De combinatie van interferon-alfa (IntronA®,  Roferon A®) dat driemaal per week onderhuids moet worden geïnjecteerd of peginterferon-alfa (Pegasys®, Pegintron®) dat éénmaal per week onderhuids moet worden geïnjecteerd, met ribavirine (merkloos, Copegus®, Moderyba®, Rebetol®), dat tweemaal daags via de mond (oraal) wordt toegediend, was jarenlang de standaardbehandeling, maar is door de komst van de nieuwste generatie middelen inmiddels achterhaald. Ongeveer de helft (40-60%) van de behandelde patiënten - namelijk diegenen die besmet zijn met het zogenaamde hepatitis C-virus genotype 1 - reageert goed op deze therapie, dat wil zeggen dat na zes tot twaalf maanden alle virusdeeltjes uit het bloed  zijn verdwenen. Bij patiënten besmet met een ietwat andere type hepatitis C-virus (genotype 2 of 3) kan dat zelfs oplopen tot 80-95% van de behandelde personen. De therapie moet, onder andere afhankelijk van het genotype (dit is de som van de erfelijke eigenschappen van een organisme in dit geval van het virus) en de hoogte van de virale belasting in het bloed, een half jaar of een jaar worden voortgezet.

Sinds 2012 is er een nieuw middel geregistreerd voor de behandeling van chronische hepatitis C genotype 1, de moeilijkst te behandelen vorm dus: boceprevir (Victrelis®). De behandeling hiermee is altijd in combinatie met (peg)interferon-alfa en ribaverine. De toevoeging van boceprevir aan de bovengenoemde standaardtherapie geeft een aanzienlijk  grotere kans (70-80% in plaats van 40-60%) op een succesvolle behandeling, echter wel ten koste van meer bijwerkingen. Behalve griepachtige verschijnselen door (peg)interferon-alfa vooral bloedarmoede, ernstige huiduitslag en jeuk. In 2014 kwamen in Nederland simeprevir (Olysio®) en sofosbuvir (Sovaldi®) op de markt, een jaar later gevolgd door daclatasavir (Daklinza®). Ze zijn de eerste vertegenwoordigers van een nieuwe klasse antivirale middelen. In combinatie met andere middelen zoals ribaverine zijn ze overtuigend effectief en veilig: bij een groot deel van de patiënten met chronische hepatitis C was na 12 tot 24 weken behandeling geen virusdeeltjes meer detecteerbaar. Gebruik van simeprevir of sofosbuvir in combinatie met peginterferon-alfa en ribavirine kan de behandelduur verkorten tot 12 weken, waar de huidige behandeling 24 tot 48 weken duurt. Een combinatie met twee of drie middelen is echter nodig om resistentievorming tegen te gaan; sofosbuvir vormt daarbij de hoeksteen van de behandeling. Er zijn op dit moment twee vaste combinaties die zeer effectief zijn: ledispasvir/sofosbuvir (Harvoni®) en ombitasvir/paritaprevir/ritonavir (Viekirax®). De hier genoemde nieuwe middelen zijn echter peperduur; zo kost sofosbuvir € 44.000 - € 88.000 per kuur (begin 2015)! Vergeleken met de andere middelen die bij hepatitis C worden gebruikt, hebben ze opvallend weinig bijwerkingen.

Symptomatica
De klachten die bij hepatitis en levercirrose voorkomen, kunnen soms door een dieet en geneesmiddelen enigszins worden onderdrukt. De door geelzucht veroorzaakte jeuk kan soms worden bestreden met colestyramine (Questran®, Questran-A®), dat galkleurstoffen als bilirubine kan binden, waarna ze in verhoogde concentraties met de ontlasting kunnen worden uitgescheiden. Pijnstillers of antihistaminica zijn meestal niet effectief tegen deze vorm van jeuk. Er zijn sterke aanwijzingen dat de opiaatantagonist naltrexon (merkloos) (zie ook opiaatantagonisten in het onderdeel 'Opiaten: Heroïne, Morfine & Methadon' in de sectie 'Verslaving') wél werkzaam is bij dit type jeuk. Ze zijn voor deze indicatie echter nog niet officieel geregistreerd. De door levercirrose veroorzaakte vochtophoping in de buik of in de benen kan met plaspillen (zie ook plaspillen in het onderdeel 'Hoge Bloeddruk' in de sectie 'Bloed & Bloedsomloop') verminderen. Meestal wordt dan ook een streng zoutarm dieet geadviseerd. Bij zeer ernstige vormen van hepatitis en levercirrose, vooral bij jonge mensen, kan levertransplantatie uitkomst bieden. Deze zware ingreep is succesvol bij 70 tot 80 procent van de patiënten.

Vaccinatie
Preventie van hepatitis A en B is zeer goed mogelijk met vaccinaties. Reizigers naar tropische gebieden wordt dringend aanbevolen zich te laten vaccineren tegen hepatitis A met het hepatitis A-vaccin (Avaxim®, Havrix®, Vaqta®). Mensen met bepaalde beroepen (artsen, laboratoriumpersoneel van ziekenhuizen) moeten zich in ieder geval tegen hepatitis B laten vaccineren met het hepatitis B-vaccin (Fendrix®, Engerix-B®, HBVAXPRO®). Dat geldt ook voor mensen die langdurig in een tropisch land vertoeven onder primitieve omstandigheden.  Vanaf 2012 worden alle pasgeborenen routinematig via het Rijksvaccinatieprogramma gevaccineerd tegen hepatitis B (zie ook immuniteit & vaccinatie in de secties 'Infectieziekten' en 'Verre Reizen & Gezondheid'). Er is tegenwoordig ook een gecombineerd vaccin tegen hepatitis A en hepatitis B: hepatitis A+B-vaccin (Ambirix®, Twinrix Adult®).
Tegen hepatitis C is nog geen vaccin beschikbaar.

overzicht   medicatie  bij  hepatitis

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Hepatitis  B
adefovir

entecavir

interferon-alfa

peginterferon-alfa

lamivudine


telbivudine

tenofovir
 

Hepsera®

Baraclude®

Intron A®, Roferon A®

Pegasys®
, Pegintron®

merkloos, Epivir®
Zeffix®

Sebivo®

Viread®
 

 tablet: 10 mg
 
 tablet: ½ en 1 mg
 
 autoinjector: 3-10 milj. IE/dosis
 
 autoinjector: 50-180 μg/dosis
 
 drank: 5 en 10 mg/ml
 tablet: 100, 150 en 300 mg
 
 tablet: 600 mg
 
 granules: 33 mg/g
 tablet: 123-245 mg
Hepatitis  C
boceprevir

daclatasivir

interferon-alfa

peginterferon-alfa

ribavirine


simeprevir

sofosbuvir

Victrelis®

Daklinza®

Intron A®, Roferon A®


Pegasys®
, Pegintron®


merkloos, Copegus®
Moderyba®, Rebetol®


Olysio®

Sovaldi®

 capsule: 200 mg
 
 tablet: 30 en 60 mg

 autoinjector: 3-10 milj. IE/dosis

 

 autoinjector: 50-180 μg/dosis

 

 capsule, tablet: 200-600 mg

 

 capsule: 150 mg

 tablet: 400 mg
Vaste combinaties
ledispasvir/
    /sofosbuvir

ombitasvir/
    /paritaprevir/
    /ritonavir


Harvoni®


Viekirax®

 


 tablet: 90/400 mg


 tablet: 12,5/75/50 mg

 
Symptomatica
colestyramine

naltrexon

Questran(-A)®

merkloos

 suspensie: 4 g
 
 tablet: 50 mg
Vaccinatie
hepatitis A-vaccin


hepatitis B-vaccin


hepatitis A+B-
         vaccin

Avaxim®, Havrix®
Vaqta®


Fendrix®
, Engerix-B®
HBVAXPRO®

Ambirix®
Twinrix Adult®

 susp./emulsie voor injectie:
                        50-1440 E/ml
 
 injectievlst.: 10-20 μg HBsAg/ml
 susp. voor injectie: 20 μg
HBsAg

 suspensie voor injectie
 


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    https://www.thuisarts.nl/hepatitis A (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.thuisarts.nl/hepatitis B (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.thuisarts.nl/hepatitis C (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.mlds.nl (Maag Lever Darm Stichting)
    http://www.rivm.nl (Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding, RIVM)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
    http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Galstenen

Galstenen (cholelithiasis) komen op middelbare leeftijd bij 10 procent van de mannen en bij 20 procent van de vrouwen voor. Van alle mensen ouder dan 65 jaar heeft eenderde galstenen. Galstenen in de galblaas hoeven geen klachten te veroorzaken. Wanneer de stenen de galwegen geheel of gedeeltelijk afsluiten, zijn aanvallen van buikpijn, misselijkheid en soms koorts de meest voorkomende klachten. Worden de galwegen door een galsteen afgesloten, dan ontstaat geelzucht. Als de pijn plotseling ontstaat en zeer hevig is, spreekt men van galsteenkolieken. Dan is een onderhuidse (subcutane) injectie met de ontstekingsremmende pijnstiller (van het type NSAID's) diclofenac (merkloos, Voltaren®) aangewezen (zie ook pijnstillers in de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). De arts doet er verstandig aan dit middel te combineren met een injectie met scopolaminebutyl (Buscopan®). Deze stof verwijdt de verkrampte spieren in de galwegen en de darm, waardoor de eigenlijke oorzaak van de hevige pijn wordt weggenomen. Scopolaminebutyl is ook verkrijgbaar als tablet en als zetpil; maar via de orale of rectale toediening wordt het nauwelijks opgenomen en is dan ook niet werkzaam.
De napijnen van zo’n hevige galsteenkoliek kunnen meestal met tabletten of zetpillen met diclofenac (merkloos, Cataflam®, Voltaren®, Voltaren K®) worden bestreden.

Een belangrijk bestanddeel van gal is cholesterol. Door indikking of door verandering van de samenstelling van de galvloeistof kunnen galstenen ontstaan, die meestal voor een groot gedeelte uit cholesterol bestaan. Ze kunnen aangroeien tot een grootte van enkele centimeters. Galstenen kunnen leiden tot een galblaasontsteking, een verstopping van de galwegen of een alvleesklierontsteking (pancreatitis). De behandeling met de beste resultaten is een operatie. Meestal wordt dan de galblaas volledig verwijderd. Tegenwoordig gebeurt dat meestal tijdens een kijkoperatie, waarna de patiënt vaak de volgende dag weer naar huis mag. Galsteenvergruizing is eveneens mogelijk. Deze behandeling heeft tot nu toe alleen effect bij kleine stenen die uit cholesterol bestaan en zeer weinig kalk bevatten.

Er zijn ook medicijnen die galstenen kunnen oplossen of de vorming van nieuwe stenen kunnen tegengaan. Ze worden ook wel lithiasismiddelen genoemd. Momenteel word alleen nog ursodeoxycholzuur (merkloos, UDCA Tramedico®, Ursochol®, Ursofalk®) gebruikt. Een groot nadeel van dit middel is dat het vele maanden tot zelfs jaren moet worden geslikt voor een positief resultaat. Ook bij deze behandeling geldt dat alleen niet te grote cholesterolstenen kunnen worden opgelost. De meest voorkomende bijwerking is diarree. Omdat de kijkoperaties waarbij galstenen en de galblaas worden verwijderd zeer succesvol zijn, word dit type medicijnen nog maar heel weinig toegepast.

overzicht  medicatie  bij  galstenen

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Pijnbestrijding
diclofenac



scopolaminebutyl
 

merkloos, Cataflam®
 
Voltaren(K)®


Buscopan®
 

 injectievloeistof: 25 mg/ml
 tablet (mga*): 12½-100 mg
 zetpil: 25, 50 en 100 mg
 
 injectievloeistof: 20 mg/ml
 tablet, zetpil: 10 mg
Lithiasismiddelen
ursodeoxycholzuur

 

merkloos
UDCA Tramedico®
Ursochol®, Ursofalk®

 capsule, tablet: 250-600 mg
 suspensie: 50 mg/ml
 


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
     https://www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
     http://www.mlds.nl (Maag Lever Darm Stichting)
     http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)
     http://www.geneesmiddelenbulletin.nl (Geneesmiddelenbulletin)

Terug