Terug

MEDICIJNEN  op  MAAT

 HomeAlgemeenZiektenMedicijnen

Verslaving

Alcohol:  Hoezo  probleem?

INHOUD

 Invloed  op  lichaam  en  geest
 
Dronkenschap
 
Chronisch  drankmisbruik
 
Vooral  de  lever!
 
voordelen  van  alcohol?
 
Therapeutische  mogelijkheden

  detoxificatie
  terugvalpreventie

Alcoholische dranken in alle soorten en smaken zijn al zo oud als de mensheid. Sinds de mens in staat is zijn levenswandel op schrift te stellen, is het wel en wee van dit geestrijke vocht door de eeuwen heen in alle toonaarden beschreven. Voordat de Arabieren in de Middeleeuwen de destilleertechniek uitvonden, werden uitsluitend zwakalcoholische dranken zoals wijn en bier gedronken. Van de veel sterkere gedestilleerde dranken geloofden de alchemisten uit die tijd dat eindelijk het lang gezochte ‘levenselixir’ was gevonden. Sindsdien werd alcohol in veel landen beschouwd als een medicijn tegen praktisch alle kwalen en ziekten. Tegenwoordig is het belang van alcohol als medicijn vrijwel te verwaarlozen. Dat wil niet zeggen dat de huidige geneeskunde zich niet meer bezighoudt met alcohol. Verre van dat. Hoe vaak komt het niet voor dat mensen in het ziekenhuis belanden als gevolg van alcoholmisbruik. Verkeersongelukken, vechtpartijen,(zelf)moord, leverziekten en niet te vergeten veel ongewenste interacties met moderne geneesmiddelen kunnen vaak in verband met alcoholgebruik worden gebracht. Er zijn schattingen dat alcoholmisbruik de Nederlandse samenleving ongeveer één miljard euro per jaar kost aan gezondheidszorg, productieverlies door ziekteverzuim, schade in het verkeer en inzet van politie en justitie. Daarnaast heeft alcohol toch ook enkele positieve kanten. Alcohol vervult ongetwijfeld een belangrijke sociale functie in onze maatschappij. Een gezellige kroeg is toch niet meer weg te denken uit stad of dorp? De meeste feesten en partijen zouden beslist een stuk minder ‘spraakmakend’ zijn zonder alcoholica. Bovendien zijn er op dit moment sterke aanwijzingen dat matige drinkers iets langer leven dan geheelonthouders! Kortom, reden genoeg om de voor- en nadelen van het gebruik van dit genotmiddel eens kritisch op een rijtje te zetten.

Invloed  op  lichaam  en  geest
Na het nuttigen van een drankje wordt de alcohol via de maag en de darmwand opgenomen in het bloed. De snelheid waarmee dat gebeurt, hangt sterk af van de aanwezigheid van voedsel in de maag. Simpel gezegd: ‘nuchter’ kun je snel ‘onder invloed’ raken! Denk nu niet meteen dat als je eerst flink eet, je daarna minder last hebt van drank. Dat is maar ten dele waar. Het alcoholgehalte in het bloed stijgt ongetwijfeld langzamer, maar het uiteindelijke alcoholniveau is na enige uren vrijwel gelijk. Alcohol wordt ook sneller opgenomen als de drank koolzuur bevat (champagne!). Het grootste deel van de opgenomen alcohol wordt in de lever via het giftige aceetaldehyde in azijnzuur omgezet en daarna verbrand tot water en koolzuur. De rest wordt met de urine, via de huid of de uitademing afgevoerd. Een gezonde volwassene kan per uur 10 milliliter pure alcohol afbreken. Omgerekend komt dat neer op ongeveer één glas bier (van circa 200 ml), één glas wijn (van circa 100 ml) of één borrelglas jenever (van circa 30 ml).

Wat je vrijwel meteen voelt na het drinken van een goed glas, is een duidelijk waarneembare werking in het hoofd, hetgeen wijst op beïnvloeding van het ‘centrale zenuwstelsel’. De stemming verandert, je wordt wat ‘losser’ en je praat wat meer. Emoties als vrolijkheid maar ook droefheid en ontstemming worden makkelijker geuit. De bewegingen worden soepeler, maar soms ook onbesuisder. Uiteraard zijn deze verschijnselen bij matig alcoholgebruik nog niet echt storend. Toch is in onderzoek duidelijk aangetoond dat zelfs zeer matig alcoholgebruik leidt tot slechter rijgedrag.

Behalve deze ‘centrale’ werking heeft alcohol nog veel meer effecten. De ademhaling wordt versneld en door de bloedvatverwijding in de huid krijgt men het warm, ook al is de omgevingstemperatuur laag. Door afscheiding van speeksel en maagsap wordt de eetlust opgewekt, terwijl de urineproductie in de nieren door alcohol flink wordt verhoogd. Ook op seksueel gebied heeft alcohol z’n invloed. Shakespeare drukte het in 1606 al als volgt uit: ‘het versterkt het verlangen, maar het vermindert de uitvoering...

Dronkenschap
De genoemde effecten zijn vooral duidelijk bij dronkenschap, dus als er in korte tijd veel drank wordt genuttigd. Eigenlijk is er dan sprake van alcoholvergiftiging. Proefondervindelijk – bijvoorbeeld bij blaas- en bloedproeven tijdens verkeerscontroles – is gebleken dat bij een alcoholgehalte in het bloed van 1,0 promille (8 tot 10 glazen bier) de helft van de ‘proefpersonen’ vergiftigd (dronken) is.

Een van de eerste symptomen is een sterk verminderd beoordelingsvermogen (automobilisten!), naast een gevoel van welbehagen (euforie) waardoor men wil dóórdrinken. Bij sommigen kan echter een sterk gevoel van onbehagen ontstaan, wat zich vaak uit in agressie en woedeaanvallen. In een later stadium kunnen ook de bewegingen en de spraak sterk worden gestoord. Er ontstaat misselijkheid en slaperigheid. Wordt nog meer alcohol gebruikt, dan is bewusteloosheid niet uitgesloten en zelfs de dood kan het gevolg zijn.

Chronisch  drankmisbruik
Natuurlijk is niet iedereen even gevoelig voor de uitwerking van alcohol. Ieder mens reageert anders op een bepaalde hoeveelheid alcohol in het bloed. Sommige mensen zijn zelfs extreem gevoelig (intolerant) voor alcohol: al na kleine hoeveelheden gaan ze uit hun bol. Bij regelmatig gebruik van flinke hoeveelheden ontstaat bij de meeste mensen echter een zekere gewenning, dat wil zeggen dat op den duur steeds grotere hoeveelheden nodig zijn voor een bepaald effect. Men ‘moet’ dus steeds meer gebruiken om de prettige, ‘weldadige’ werking van alcohol te ondergaan. En dat is eigenlijk het echte gevaar van alcohol. Een enkele keer (te) diep in het glaasje kijken, heeft – afgezien van een behoorlijke kater na afloop – nauwelijks blijvende gevolgen. Gebruikt men echter regelmatig veel drank, dan ligt dat anders. Er komen dan heel andere zaken om de hoek kijken, zoals ernstige, zelfs levensbedreigende orgaanafwijkingen die niet meer herstellen. Het verraderlijke is dat deze afwijkingen sluipend ontstaan: pas na vele jaren intensief drankgebruik komen de eerste klachten.

Wanneer spreekt men nu eigenlijk van probleemdrinkers of alcoholisten? Sommigen menen dat je pas alcoholist bent als je méér drinkt dan je eigen dokter. Bij een serieuzere benadering gaat men ervan uit dat er sprake is van alcoholisme als mensen in problemen komen doordat zij meer drinken dan het sociale gebruik van alcohol toelaat. Artsen gebruiken meestal een wat minder vage omschrijving: probleemdrinkers zijn díe drinkers die geestelijke of lichamelijke schade ondervinden van hun drinkgedrag, waardoor hun functioneren in werk en gezin wordt belemmerd.


Een tekening van J. Rotgans over het probleem van het alcoholisme in het begin van de vorige eeuw.


Vooral  de  lever!

De eerste lichamelijke verschijnselen van chronisch drankgebruik zijn vaak ontstekingen van de slijmvliezen van keel en maag. Berucht zijn echter vooral ernstige afwijkingen van de lever, die uiteindelijk kunnen leiden tot levercirrose of zelfs leverkanker. Bij levercirrose verschrompelt de lever door structuurveranderingen van het weefsel, waardoor hij kleiner en harder wordt. Dat er een duidelijk verband bestaat tussen alcoholgebruik en leverziekten blijkt uit de sterftecijfers in Frankrijk. In vergelijking met Nederland is het aantal Fransen dat jaarlijks aan leverziekten overlijdt, aanzienlijk hoger. Dat is niet echt verwonderlijk, omdat de totale hoeveelheid alcohol die jaarlijks per hoofd van de bevolking wordt geconsumeerd in Frankrijk ruim tweemaal zo hoog is als in Nederland.

Opvallend is dat er een duidelijk verschil is tussen mannen en vrouwen. De veilige marge voor vrouwen ligt op ‘slechts’ 20 gram alcohol per dag. Omgerekend komt dat neer op ruim twee glazen wijn. Voor mannen ligt die veilige marge op 60 gram alcohol per dag, dus zo’n vijf à zes glazen bier.

Het blijft echter niet bij leveraandoeningen. Chronisch drankmisbruik kan ook ernstige hartproblemen veroorzaken: in het hart ontstaat een soort vervetting van de spiervezels. Ook het zenuwstelsel blijft niet buiten schot: er komen zenuwontstekingen voor, met veel onaangename symptomen zoals gevoelsstoornissen en zelfs uitvalsverschijnselen.

Als een zware alcoholist plotseling stopt met drinken, ontstaan ernstige onthoudingsverschijnselen. De werking van de hersenen kan ernstig verstoord raken, hetgeen zich bijvoorbeeld uit in een delirium tremens (delier duidt op een opwindingstoestand en tremens op trillen), een zeer ernstige toestand met spraak- en coördinatiestoornissen, hallucinaties en hevige angsten. Bij mensen die regelmatig grote hoeveelheden alcohol consumeren, kan zich het syndroom van Korsakov ontwikkelen, waarbij ernstige geheugenstoornissen ontstaan die vrijwel altijd blijvend zijn. Hun geheugen is dan zo slecht geworden dat zij verhalen verzinnen om te verbergen dat zij zich iets niet kunnen herinneren.

Niet alleen de drink(st)er zelf, maar ook het nageslacht ondervindt de gevolgen. Behalve meer miskramen en vroeggeboorten bij vrouwen die drinken, zijn ook lichamelijke afwijkingen, groeivertraging en geestelijke afwijkingen bij hun pasgeboren kinderen vastgesteld.

En  de  voordelen  van  alcohol?
Na deze waslijst met alleen maar kommer en kwel, moet erop gewezen worden dat alcoholgebruik ook enkele positieve effecten heeft. De afgelopen jaren is in diverse onderzoeken vastgesteld dat matige drinkers gemiddeld iets langer leven dan geheelonthouders. Het gaat hier om de zogenoemde U-curve: het U-vormige verloop van de sterftekans in relatie met de dagelijkse alcoholconsumptie. In vergelijking met helemaal niet drinken (nul glazen) daalt het sterftecijfer bij de dagelijkse consumptie van enkele glazen, om bij gebruik van meer dan vier glazen alcohol weer te stijgen. Het heeft lang geduurd voordat men het erover eens was, maar nu is duidelijk dat matig alcoholgebruik (twee tot drie glazen per dag) beschermt tegen dodelijke ziekten in het algemeen en tegen een hartinfarct in het bijzonder. Een mogelijke verklaring wordt gezocht in de werking van alcohol op de bloedstolling en de cholesterolhuishouding.

Volgens een artikel uit 2010 in het British Medical Journal, een gerenommeerd medisch vaktijdschrift, is de dagelijkse consumptie van een kleine hoeveelheid alcohol minder schadelijk voor hart en vaten dan af en toe een veel grotere hoeveelheid alcohol. In het hier beschreven onderzoek bleken Franse mannen van middelbare leeftijd die elke dag een glaasje alcohol drinken, een aanzienlijk lager risico op een hartinfarct te hebben dan mannen uit Belfast (Ierland), die één keer per week veel alcohol drinken.

Niet iedereen is even blij met deze gegevens. Het zou veel mensen kunnen aanmoedigen om massaal te gaan drinken, zo stelt men. In Nederland zijn er tenslotte minstens 600.000 mensen die meer dan acht glazen per dag drinken. De U-curve gaat na vijf à zes glazen per dag weer als een raket omhoog. Dit alles leidt tot levercirrose en alcoholvergiftiging (in 1999 overleden bijna achthonderd mensen aan de gevolgen van alcoholgebruik, waarvan 59 procent door een alcoholische leverziekte), geweld, ongelukken (meer dan tweehonderd verkeersdoden per jaar door alcohol) en zelfmoord.

Therapeutische  mogelijkheden
Bij chronisch alcoholisme zijn de behandelingsmogelijkheden beperkt. Bij de behandeling worden twee fasen onderscheiden: ontgifting en terugvalpreventie. Bij de ontgifting zijn de belangrijkste doelen het verminderen van de onthoudingsverschijnselen en het voorkomen van de daaruit voortvloeiende complicaties. Ter vermindering van de onthoudingsverschijnselen (zoals delirium tremens) worden langwerkende benzodiazepinen (in het onderdeel 'Angststoornissen' in de sectie 'Hersenen & Zenuwstelsel') gebruikt, bijvoorbeeld chloordiazepoxide (merkloos, Librium®) of diazepam (merkloos). Ook het anti-epilepticum carbamazepine (merkloos, Tegretol®) kan worden gegeven.

Detoxificatie
Detoxificatie oftewel ontgifting is slechts het begin van de behandeling van een aan alcohol verslaafde patiënt. Daarna begint een vaak zeer moeizame therapie, waarbij medicijnen soms een (belangrijke) rol kunnen spelen. In deze fase van de behandeling moet het alcoholgebruik volledig worden uitgebannen. De alcoholist kan dan baat hebben bij disulfiram (Antabus®, Refusal®). Dit middel bevordert de alcoholintolerantie: vijf tot vijftien minuten na een alcoholische consumptie ontstaan onaangename symptomen, zoals bonkende hoofdpijn, misselijkheid, braken, een rood gezicht en zweten. Het gebruik van alcohol gaat dan geweldig tegenstaan, zodat weinigen nog een drankje durven te nemen. Disulfiram is echter slechts een hulpmiddel in een uitgebreid behandelingsprogramma.

Terugvalpreventie
Een geheel ander middel is acamprosaat (Campral®), dat de onbedwingbare hunkering (‘craving’) naar alcohol vermindert. Hoe acamprosaat werkt, is nog nauwelijks bekend. Waarschijnlijk remt het een neurotransmitter (signaalstof) - namelijk γ-aminoboterzuur (GABA) - in de hersenen die een rol speelt bij het ontwikkelen van verslavingsgedrag. Er zijn aanwijzingen dat vooral mensen die op latere leeftijd zijn gaan drinken en alcohol gebruiken om negatieve gevoelens en stress te vermijden, baat hebben bij dit middel. Men moet er rekening mee houden dat pas na twee tot vier weken duidelijk wordt of dit middel enig effect heeft. Acamprosaat heeft een mild bijwerkingenpatroon: maagdarmstoornissen (voral diarree) en huidreacties (vooral jeuk). Deze bijwerkingen komen niet vaak voor en verdwijnen in het algemeen tijdens de behandeling.
Ook naltrexon (merkloos) blijkt de kans op terugval bij alcoholproblematiek te verkleinen. Het blokkeert de zogenaamde opiaatreceptoren in de hersenen (zie ook opiaatreceptoren in de 'Inleiding' van de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Door prikkeling van deze opiaatreceptoren door alcohol (of opiaten) ontstaat een aangenaam gevoel (euforie). Door het ontbreken van deze ‘beloning’, wordt het voor de alcoholist, die normaal gesproken niet meer kan stoppen na het drinken van de eerste paar glazen, makkelijker om dat wel te doen. Er zijn aanwijzingen dat naltrexon vooral werkt bij mensen met een erfelijke vorm van antisociaal gedrag en verslaving. Vaak zijn deze mensen al op jeugdige leeftijd met drinken begonnen en is het gebruik periodiek. Bijwerkingen die nogal frequent kunnen optreden, zijn: slaapstoornissen, onrust, nervositeit, angst, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid en buikpijn.

De laatste jaren zijn ook enkele nieuwe ontwikkelingen op het gebied van alcoholverslaving gaande. Het anti-epilepticum topiramaat (merkloos, Topamax®) en de spierverslapper baclofen (merkloos, Lioresal®) lijken de drang naar alcohol te kunnen verminderen. Beide stoffen versterken net als acamprosaat (Campral®) de werking van de neurotransmitter GABA in de hersenen, waardoor de hunkering naar alcohol vermindert. Of deze middelen voldoende effectief zijn bij de behandeling van ernstige alcoholproblemen zal moeten blijken uit verder klinisch onderzoek.

In 2013 werd nalmefeen (Selincro®) geregistreerd. Deze stof is een modulator van het systeem van endorfinen en opiaatreceptoren in de hersenen (zie ook opiaatreceptoren in de 'Inleiding' van de sectie 'Pijn & Pijnbestrijding'). Het grijpt in op het motivatiesysteem in de hersenen (cortico-mesolimbische systeem) dat bij patiënten met alcoholafhankelijkheid ontregeld is. Aangenomen wordt dat nalmefeen de versterkende effecten van alcohol en daarmee de behoefte om alcohol te drinken, vermindert. Het wordt door de fabrikant op de markt gebracht als onderdeel van een nieuwe behandelingsmethode, die doorlopende psychosociale ondersteuning omvat gericht op de reductie van alcoholconsumptie en therapietrouw. Het is bedoeld voor personen met alcoholafhankelijkheid en veel kans op incidenteel drankgebruik, bij wie geen lichamelijke onthoudingsverschijnselen optreden en geen acute detoxificatie vereist is. Nalmefeen is ontwikkeld voor gebruik op 'zo nodig' basis, waarbij op iedere dag dat de patiënt een risico op drinken voorziet, één tablet dient in te nemen, bij voorkeur 1 tot 2 uur voordat men denkt te gaan drinken. Vergelijkend onderzoek met andere middelen ter vermindering van alcoholgebruik en langetermijngegevens over effectiviteit en bijwerkingen ontbreken vooralsnog. De bijwerkingen (slapeloosheid, duizeligheid, hoofdpijn, misselijkheid, verminderde eetlust) zijn meestal mild en voorbijgaand.

overzicht  medicatie  bij  chronisch  alcoholisme

stofnaam

merknaam®

 toedieningsvorm: sterkte
Delirium  tremens
chloordiazepoxide

carbamazepine


diazepam
 

merkloos, Librium®

merkloos, Tegretol®


merkloos
 

 dragee, tablet: 5, 10 en 25 mg

 suspensie: 20 mg/ml
 tablet (mga*): 100-400 mg

 injectievloeistof: 5 mg/ml
 
tablet: 2, 5 en 10 mg
Detoxificatie
disulfiram
 

Antabus®, Refusal®

 bruistablet: 400 mg
 
tablet: 250 mg
Terugvalpreventie
acamprosaat

baclofen

nalmefeen

naltrexon

topiramaat

Campral®

merkloos, Lioresal®

Selincro®

merkloos

merkloos, Topamax®

 tablet: 333 mg

 tablet: 5, 10 en 25 mg

 tablet: 18 mg

 tablet: 50 mg

 capsule, tablet: 15-200 mg
mga* = met gereguleerde afgifte


Steun 'Medicijnen op Maat':  een  OPROEP !

Externe links:
    http://www.alcoholinfo.nl (Trimbos-instituut)
    https//:www.thuisarts.nl (Thuisarts.nl; Nederlands Huisartsen Genootschap)
    https://www.nhg.org (Nederlands Huisartsen Genootschap)
    http://www.farmacotherapeutischkompas.nl (Farmacotherapeutisch Kompas)

Terug